21 oktober 2019

Wij groeiden op in de jaren zeventig en toen stond ie er al, ons Klimding. Op de hoek van de Groeninx van Zoelenlaan en de Keileroord.

Het Klimding was in die jaren veel mooier, imposanter en gevaarlijker dan nu. We mochten er op klimmen, maar niet te hoog.

We liepen er langs als we op de Keizerswaard boodschappen gingen doen. Bij de kaasboer bleef ik buiten staan, omdat ik misselijk werd van de weeïge kaaslucht. Bij de Hema kochten we schriften en pennen voor het nieuwe schooljaar. Van de slager kregen we een plakje worst als je er niet om vroeg.

Mijn vader had rechtopstaande wenkbrauwen die meer autoriteit uitstraalden dan tien corrigerende tikken op twintig blote billen.

Gisterochtend liep ik weer langs ons Klimding, op weg van de kerk naar het huis van mijn moeder. Toen de naam van mijn vader Wim Hendriks als een van de gestorven parochianen door de kerk echode, moest ik slikken.

Vandaag de dag is ons Klimding gruwelijk mooi in al zijn lelijkheid. Net als het verleden.

 

-