Op een totaal verregende lenteochtend duwde ik de buggy voort waarin mijn kleinzoon zat. Zijn rode neusje liep, de ijskoude wind sneed plakjes van mijn gemoed.

De oneffen toegang tot het park wordt al tijden ontsierd door troosteloze bouwstellingen en gammele stalen platen die niet op elkaar aansluiten waardoor je het gevoel hebt van ijsschots naar ijsschots te huppen.

In die desolate treurnis kwam een scootmobiel onze kant op. ‘Je hebt pas recht op een scootmobiel als je je glimlach inlevert’, pleeg ik altijd te zeggen, want ik was, tot deze verregende lentedag, serieus nog nooit een berijd(st)er van een scootmobiel tegengekomen die vriendelijk lachte.

Mijn kleinzoon zwaaide naar de nors kijkende berijder van de scootmobiel, lachte hem toe en riep hardop “die!” terwijl hij met zijn wijsvingertje naar de scootmobiel wees. De berijder van de scootmobiel glimlachte terug, zij het met de nodige moeite.

Daarna kwamen we een verouderde dame tegen die een nog ouder hondje uitliet. Alle teleurstellingen van haar leven hadden zich verzameld in haar krom getrokken rug en in de diepe groeven van haar uitgemergelde gezicht.

Ook deze meelijwekkende vrouw kon rekenen op de barmhartige glimlach, het uitbundig gezwaai en het “die!” wijsvingertje van mijn kleinzoon. Ze lachte terug waarbij ik iets van ontroering in haar ogen meende te herkennen.

Op het bankje even verderop zat een aan lager wal geraakte man radeloos voor zich uit te staren met een blikje bier in zijn rechterhand. Zijn knokige sokloze onderbenen staken als stronken bleke prei in zijn doorweekte sportschoenen vol gaten. Hetzelfde ritueel volgde. De man proostte op dit zo plotselinge tafereel dat hem ten deel was gevallen, alsof de lieve Heer zelve voor een kort moment de kachel had aangezet.

In dit mistroostige decor had mijn kleinzoon in een mum van tijd de regie overgenomen op een onschuldige manier die uitsluitend aan kinderen is toebedeeld.

Moraal van het verhaal?

In de kern van ons bestaan heeft de zomer niets van doen met jaargetijden of met de stand van de zon, maar alles met de stand van je hart. En we hebben kinderen nodig om ons daar steeds aan te herinneren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

-