Gisteren droomde ik mijn droom van de Koers

Het lijden van Johnny, het offer aan God

De ogen van Poupou, van stenen kapot

De spekgladde kasseien, Zijn wielerparcours

Met de geest van de omerta, zo paaps omfloerst

De biechtstoel van Lance, totaal verrot

Zijn hoofd op het hakblok van het ereschavot

Het podium is de Koers, het leven – nooit gelijkvloers

 

Toen scheen Hij Zijn licht als met een toverlantaren

Op de vélo van toen, die uit mijn kinderjaren

En ik ging op mijn knieën voor de Kannibaal

Dronk Bidonwijn als laatste Avondmaal

Opende mijn ogen en keek frontaal

Naar de poort van de Wielerhemel: de Paterskerk, Roeselare

 

 

 

“…al was het maar om de held van je moeder te worden…”
– Peter Winnen

 

 

-