Het is wederkerig.

Dat gevoel. Dat hij een van ons is. En dat we dus allemaal zijn een van ons zijn. Iedere Springsteenfan herkent dat wel. Dat gevoel. Dat hij dat ene nummer alleen voor jou zingt, terwijl je het toch in gemeenschappelijkheid deelt. Het is dus niet alleen wederkerig.

Het is ook tegenstrijdig.

Want je voelt het lied persoonlijk aan, tot op het bot zelfs, maar toch deel je het gevoel met anderen die je in het geheel niet kent. Totaal niet. Je hebt geen idee wie ze zijn. Al die onbekende bekenden. Ze zijn met velen en ze zijn overal om je heen. Ze omsluiten je. Bij ieder concert van Bruce Springsteen. One of us, zonder dat je weet wie die “us” precies is. De “us” bestaat uit tienduizenden hoofden die zich tot één hebben geformeerd.

En toch ken je al die onbekende bekenden.

Hun gezichten, hun levens, hun gevoelens zijn inwisselbaar. Hetgeen ik tien jaar geleden meemaakte, maakt mijn buurvrouw (zij daar ja, naast me op het veld in Nijmegen) een maand geleden mee. En wat die gozer daar verderop heeft beleefd, zal ik wellicht volgend jaar voor mijn kiezen krijgen. Ondertussen klinkt dat lied over die trein van hoop en dromen. Die trein waarin iedereen welkom is. Bestemming onbekend, dit gedeelte van de reis. En plaatsnemen doe je. En dus voel je op dit moment tot in je nieren wat zij voelt. You don’t know where you’re goin’, but you know you won’t be back. Ze houdt haar geliefde nog wat steviger vast. Darlin’ if you’re weary, lay your head upon my chest. Zij en hij hebben hetzelfde meegemaakt als dat andere stel daar, jaren geleden alweer. De trillende kin en dan de brul van de beul. De man en vrouw staren in het niets, where no one asks any questions or looks too long in your face.

Iemand verderop laat een traan, en jij begrijpt het.

Avond aan avond rijgt hij aaneen. Al het menselijk leed passeert de revue, wij eten uit zijn hand, omdat hij weet dat wij weten wat hij weet. Zo weten wij hier allemaal dat het geen sin is to be glad you’re alive, en dus ondergaan we en masse deze catechese van de Boss. Hij kent ons, omdat hij one of us is. En dus is het excuus op excuus, belofte op belofte, met de handen op het hart, twijfel op twijfel, zorg op zorg. Iedere nacht schuilen we voor het gevaar dat op ons loert. Avond aan avond zijn wij bijeen. Alle Franky’s, Billy’s, Terry’s, Mary’s, Candy’s, Crazy Janey’s, Sandy’s en Rosalita’s. In de Trestles. In Kingsley. In Stockton’s Wings. Op Union Street. Op Michigan Avenue. Op Highway 29. Om ons uiteindelijk te verenigen op 10th Avenue.

Bruce maakt ons één en in één zijn wij allen. Geliefden. Vrienden. Vaders en moeders. Broeders en zusters. Alle onbekende bekenden. Naast je. Verenigd. Concert op concert. In Hannover. Las Vegas. Parijs. Rome. Londen. Dublin. Madrid. Er is nu eenmaal een darkness on the edge of every town.

Je kent niemand en je kent iedereen. Bruce Springsteen heet ons bindmiddel. Alle worstelingen die het leven in petto heeft, gooit Bruce in zijn blender. En dan is het one-two! one-two-three-four!, en is het bal geopend. Er wordt met de onbekende bekenden gedanst en tegelijk gerouwd. Vanavond zijn er weer huwelijken gestrand, arbeidscontracten niet verlengd, kinderen verliefd of ziek geworden, ouders verloren. Some folks spend their whole lives trying to keep it, they carry it with them every step that they take.

Je kent niemand, maar je hoeft ook niemand te kennen. Het gaat vanzelf. De onderlinge verbondenheid bij een Bruce concert is bijzonder, omdat de fans zo gewoon zijn. Zo doorsnee. Niet artistiek. Niet intellectueel. Niet extreem politiek geëngageerd. Ze bedoelen het goed, nooit kwaad. Ze werken. Ze hebben lief. Ze verwelkomen en nemen afscheid. Ze zijn precies zoals jou en mij. En da’s maar goed ook, want you’ll need a good companion for this part of the ride. Je kent niemand, maar je kent ze allemaal. Stuk voor stuk. De verloren dromen, de vervolgen hunkering, de herleefde hoop in de kantlijn van onze levens, onze gestrande levens, onze fortuinlijke levens… other folks get it anyway, anyhow.

Neem nou Paulus Groenewegen. Nooit in het echt gezien die gozer. Ik kende hem slechts van Facebook. Wat weet je van zo’n iemand? Foto’s bekijken. Boom van een vent. Grijze Santa Clausebaard. Gezellige buik. Een paar jaar geleden postte hij iedere dag een random album uit zijn platencollectie. Zonder duiding. Gewoon een foto van een platenhoes. Iedere dag een. Heel de jeugd van Paulus (en van al zijn generatiegenoten) kwam voorbij. Prima smaak. Bij ieder album van de zwaar ondergewaardeerde Mink of Willy DeVille trakteerde ik hem op een duimpie.

Maar Paulus bleek toch vooral Springsteenfan.

Bezocht eens in het jaar een of ander vaag Springsteenfestivalletje ergens in Italië. Trouw bezoeker. Naar mijn weten riep hij niemand op om mee te gaan. Hij ging gewoon. Met zijn Elleke. Prachtig zoiets. Zijn bijnaam luidde Badmuts. Geen idee waaraan hij die AKA te danken had, want zijn sluike lange grijze haren waren juist het tegendeel van een badmuts. Leon Russel meets Johnny Winter. Een maand geleden was zijn moeder nog negentig jaar geworden. Hij postte een foto van zijn mam. En zijn hondje. Die fotografeerde Paulus ook graag. Het is het leven van een doorsnee fan die niets anders deed dan zijn leven wat zingeving en richting te geven, met het oeuvre van Springsteen als zijn handleiding. Wij weten niet beter, wij doen niet anders. Them things don’t seem to matter much to me now, want op 11 februari 2026 postte zijn partner Elleke het volgende bericht:

 

“Goedemorgen lieve vrienden.
Op 30 januari is Paulus met spoed opgenomen in het ziekhuis. En ondanks dat hij en de artsen hard hebben gevochten heeft hij niet mogen halen. Gisterenavond 9 februari is met Rick en mij in de buurt met Bruce op de achtergrond overleden. Dank jullie wel voor alles wat jullie met Paulus hebben mogen beleven en zijn leven mooi hebben gemaakt.”

 

Paulus was iemand die zomaar naast je had kunnen staan bij een concert, laten we zeggen in Madrid. Imposante verschijning, iemand die Springsteens muziek au sérieux nam. Je moet pissen en vraagt aan hem of je een biertje voor hem mee kan nemen. “Nou graag”, antwoordt hij. Even laten drinken jullie samen een biertje en proosten jullie op de zegen van de vergankelijkheid. En Bruce zingt. One soft infested summer, me and Terry became friends, trying in vain to breathe the fire we was born in. Platonische vriendschap, op basis van muziek en foto’s. In gedachten zijn Paulus en ik vrienden geworden. L’amitié après la lettre.

Rouwen doet de mens doorgaans alleen als een bekende is gestorven, maar ook hierin onderscheiden Springsteenfans zich. Eerst de schok, dan de onmacht, dan de verbondenheid. Fans verenigden zich onmiddellijk online. Omdat een van ons vertrokken was. Zo maar. Het zwarte gat zal gevuld moeten worden met muziek. En met woorden. Woorden van troost, hoop, liefde en dan de wederopstanding. A dream of life comes to me, like a catfish dancin’ on the end of the line.

Mocht Bruce nog een titel nodig hebben voor zijn verwachte nieuwe album, dan hebben zijn fans uit de Lage Landen hem al bedacht. Als eerbetoon aan Paulus Groenewegen, en aan onszelf. Omdat wij één zijn met hem en hij met ons:

One of us.

 

 

Voor Paulus, namens alle Tramps of the Lowlands

 

Met dank aan Franky Toby-Dufour voor de inspiratie en medewerking

 

 

***

 

 

Lees ook het verhaal Muziek als Gebed & Gevecht

Lees ook het verhaal De Zakdoek als Filmdoek

Lees ook het verhaal Dansen Met Je Moeder

Lees ook het verhaal Springsteen 010

Lees ook het verhaal Stappen

Lees ook het verhaal Glory Days

Lees ook het verhaal Zoon van God

Lees ook het verhaal Godsgeschenk

 

 

 

 

 

-

Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.