In 1982 zat ik in de brugklas van het St. Montfoortcollege te Rotterdam-Zuid. Ook toen (lees zelfs toen), was ik al met muziek bezig. Ik was twaalf. Op mijn tiende had ik onder invloed van mijn broer en mijn wijlen ome Beer de elpees Darkness on the Edge of Town van Springsteen, Just one Night van Clapton en Powerage van AC/DC grijs gedraaid.
In 1983 gaf klasgenoot annex dokterszoon Jasper de Clercq, thans (en toen al) een meer dan verdienstelijk violist met wie het contact verloren is gegaan, een schuurfeest in Klaaswaal waar wij vanaf Zuidplein met de bus heengingen. Die bussen die ver de stad uitreden waren geel. Onze stadsbussen waren donkerpaars.
Ik had nog nooit in een gele bus gezeten. Klaaswaal lag in een andere wereld waar andere regels en wetten golden.
We gingen er met twaalf klasgenoten heen, Jasper was de dertiende.
Al weken van te voren was ik bezig met dat feest, want ik was ook toen (lees zelfs toen) al de dj van de avond.
‘Mar dit wordt geheid tongen’, had mijn broer gezegd, ‘dus je móet La Bamba van Chubby Checker draaien. Dan gaat iedereen in een kring staan, degene die in het midden staat zoekt iemand uit en dan wordt het dus tongen. Daarna moet je I Will Always Love You draaien van Dolly Parton, anders sta je maar heel kort te tongen.’
Zo gezegd, zo gedaan. Ik was helemaal klaar voor mijn eerste tongzoen.
Midden op de avond vond ik de tijd rijp om Chubby Checker te draaien. Dat singeltje was van mijn vader. ‘Neem maar mee’, had mijn broer gezegd, ‘ik zorg er wel voor dat pa dat niet doorheeft. Jij moet zelf dat singeltje van Dolly Parton kopen.’
Ik vond dat stiekem zonde van mijn geld, ik spaarde voor de elpee Men Without Women van Little Steven die net was uitgekomen, maar mijn broers wil was wet en bovendien had ik toch ook een godsvermogen over voor mijn eerste tongzoen.
Met die dubbele agenda draaide ik Chubby Checker die de poorten naar de liefde voor mij zou openen.
Mijn klasgenoten, waaronder enkele vrienden uit de buurt, snapten de hint en gingen in een kring staan. Chubby was nog niet bij het eerste refrein aangekomen of de hele bende lag te tongen. Ik was superblij want de opzet was gelukt. In volle euforie draaide ik daarna I Will Always Love You van Dolly Parton, maar bij de eerste zin (“if I should stay, I would only be in your way…”) voelde ik de grond onder mijn voeten wegzakken, want pas tóen had ik in de gaten dat we met een oneven aantal waren en dat de nummer dertien, ik zei de gek, dus buitenspel stond.
Natuurlijk liet ik mijn tongende vrienden niets merken van mijn verdriet. Ik was er stellig overtuigd van dat Springsteen (draai Racing In the Streets van Darkness ion the Edge of Town maar eens) als enige op de planeet aarde de eenzaamheid van een dertienjarige begreep. Had ik een auto gehad, dan had ik die avond op zeker de afslag Afgrond genomen.
Mijn verwijt aan mijn broer was van korte duur, impliciet stond hij aan de wieg van mijn vernedering maar broederliefde overwint alles, maar een lange tijd hield ik Dolly Parton hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor het uiteenspatten van mijn (natte) droom.
Deze week overleed Dolly Parton op tachtigjarige leeftijd.
Haar dood maakte veel los in de wereld. Het ene compliment volgde het andere. Ze predikte liefde, ze was uniek in haar soort, een zakenvrouw, een filantroop, een uitstekend songwriter, ze had prachtige nepborsten en had – kortom – geen tegenstanders. Zoiets vraagt natuurlijk om enige relativering, al was het maar van een eigen-zinnig schrijvert annex gediplomeerd boerenlul van Rotterdam-Zuid.
Want natuurlijk deed haar overlijden mij onmiddellijk denken aan die bewuste avond in Klaaswaal, en de lezer zal begrijpen dat ik sinds 25 augustus j.l. eindelijk een streep kan zetten onder dit jeugdtrauma, in de volle erkenning (dat dan weer wel) dat I Will Always Love You een hemeltergend prachtig nummer is…