Daar stonden ze. Mijn wielerschoenen. Ze rustten uit na een paar uur eerlijke arbeid, eerder vandaag, zwevend en zoevend boven smeulend asfalt.

Ze zijn trouw, mijn wielerschoenen. Ik vertrouw ze volledig, zo veel dat ik te vaak en te gauw voorbij ga aan hun dienstbaarheid. Zoals dat doorgaans gebeurt met mensen of zaken die je in het leven in vertrouwen neemt – na verloop van tijd neem je het voor lief of word je voor lief genomen.

Doorgaans zien ze niet zoveel onderweg. Zonder dat ze zich erover beklagen, beperkt het panorama van wielerschoenen zich tot een roterende strook van een paar decimeters boven wegschietend wegdek. Als een film die te snel wordt afgespeeld.

Tot zo-even, toen ik ze liet genieten van het magnifieke uitzicht op de wijnranken in de wegebbende zomerzon.

Dat zouden we vaker moeten doen. Ze verdienen het, onze wielerschoenen.

 

 

 

-