Donderdag 4 juni 2020

3:30u

De wekker gaat. Heb ik toch iets van geslapen dan? Urenlang had ik wakker gelegen, ik had mijn neeffie Lucas (intussen 22 jaar, twee koppen groter dan ik en een baard die mij nooit is gegund) nog thuis horen komen van zijn onverwachte woensdagavondborrel, maar toch ben ik me de pleuris geschrokken van de iPhone wekker.

Verschrikt kijk ik naar Anita naast me. Ze staart met ronde open ogen naar het plafond van de woonkamer van haar zus Diana en zwager Marcel.

We hebben (niet-)geslapen op een torenhoog luchtbed dat Anita nu al laat leeglopen.

‘Hallo! Ik leg nog!’

‘Ja kom er dan uit. Jij moet fietsen.’

3:41u

Ik poets mijn tanden. In de keuken van Diana en Marcel. Door de hordeur staar ik naar de achtertuin. De Feyenoordvlaggetjes wapperen alle kanten op. Helaas hangen de ballonnen er nog. Kutdingen. Hekel aan. Bang voor ook. Als ze knallen. Vroeger op kinderverjaardagen. Kreeg je zo’n kutballon om je enkels gebonden. Moest je tijdens het dansen de ballon van iemand anders kapot zien te trappen. En zij bij jou.

Sindsdien pleurishekel aan ballonnen. En aan dansen.

3:59u

Mijn fietskleding ligt klaar. Het wordt het Alpe d’HuZes tricot editie 2020 dat via ploeggenoten Monique (‘Mo’) en Mark (‘Marrekie’) tot mij kwam.

In het toilet doe ik mijn broek aan. De spaarlamp werkt prima, zo prima dat het na dertig seconden het nog altijd te schemerig is. Probleem is dat ik al een lik broekvet op mijn reet heb gesmeerd en wel zó ruim dat ik het overtollige broekvet niet kwijt kan. Dat kan ik wel, maar door die kutspaarlamp en mijn nachtblindheid kan ik de WC rol of de doos tissues niet vinden.

‘Lukket?’, vraagt Diana aan de andere kant van de deur. Aan de andere kant van de deur klopt het leven altijd van A tot Z.

4:11u

Ik eet een bakkie kwark met de zelfgemaakte granola van Anita. Nu pas merk ik hoeveel honing ik thuis in mijn kwark doe. Dit ís me toch een partijtje droog.

‘Heeft Diaan geen honing?’

‘Weet ik niet. Vast wel. Maar eet maar op. We moeten je fiets nog buiten zetten.’

4:19u

De fiets staat. In de Tacx welteverstaan. Altijd een nerveus moment. Mensen als Arthur doen zoiets geblinddoekt. Voor mij vormt techniek een levensbedreigend obstakel.

Mijn klauwen zitten onder de smeer. Ik wielren nu al zo’n krappe veertig jaar en nog altijd heb ik de gewoonte niet afgeleerd om mijn ketting met veel te veel vet in te smeren.

4:20u

‘Wat is jouw ketting vet’, merkt Marcel op.

‘Ah Mars. Jij ook goedemorgen.’

Er wordt gebeld.

Ik hoor Anita ‘achterom!’ zeggen.

Tegen iemand.

4:22u

Ploeggenoten Jouke en Marrekie zijn langsgekomen. Ik sta versteld, maar mag mijn blijdschap niet verzilveren in een mannenhug. Kutcorona.

‘En? In vorm?’

Ik moet schijten.

(v.l.n.r.) Lucas, Jouke, Mark (“Marrekie”), Diana en Marcel

4:23u

De ‘en, in vorm?’ vraag van Jouke kon ik niet beantwoorden. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik me ernstig zorgen maak. De virtuele zes ga ik sowieso niet halen, dat weet ik nu al. Om die reden had ik beleefd bedankt voor een bezoek van de verslaggever van het AD.

“…ik weet natuurlijk niet hoe laat die verslaggever langs zal komen en misschien ben ik dan wel uitgefietst. Sta ik mooi voor lul…”, had ik gisteren geappt naar Alpe d’HuZes icoon Arjan Leeuwenburgh die namens het AD had gevraagd of ik interesse had in een artikel.

‘Je trainingen zien er toch prima uit op Strava?’, beantwoordde Jouke zijn eigen vraag met een wedervraag.

Kutstrava.

‘Ja maar ik ben afgelopen maandag nog een rondje gaan fietsen met Arthur. Tachtig kilometer met de handjes op het stuur. Man man, ik hád me toch een partij zware poten. En in het weekend heb ik de Alpe twee keer achter elkaar gereden. Na de tweede keer pleurde ik haast van mijn fiets.’

Kutstrava. Kutfiets. Kutcorona. Kutzooi.

4:30u

‘TIEN! NEGEN! ACHT! ZEVEN! ZES! VIJF! VIER! DRIE! TWEE! ÉÉÉÉÉN…..GO!’

4:31u

Iedere fietser weet dat de eerste fietsmeters de rest van de dag voorspellen. Van slechte poten herstel je niet. Dat kunnen alleen (ex-)profs. Zoals Arthur. Wij niet. Ons gebrek aan talent houdt gelijke tred met onze goedwillendheid. We proberen van alles, maar het blijft gerommel in de marge. Ik herinner me een training van een jaar of twee, drie jaar geleden. Met Louis de Koning. We naderden een viaduct.

‘Blijven zitten!’, beval Louis toen hij zag dat ik wilde staan.

Louis trapte zittend een onmogelijk zwaar verzet weg en passeerde mij traag peddelend in een beestachtig tempo.

‘Tien keer links beuken, tien keer rechts, tien keer links-rechts’, zei Louis kalm toen we het viadukkie weer af waren. Ik proefde bloed in mijn mond.

‘Kom op Mar!’, zegt Marrekie. Met Jouke en Marcel zet hij de drie Rotterdam Fund Racers beachflags neer. Alles is net echt.

6:00u

Ik ben boven.

7:00u

Ik maak me klaar voor de tweede klim. De eerste ging belachelijk eenvoudig. In mijn werk- annex trainingskamer thuis ging ik een paar keer legendarisch kapot (het inmiddels herkenbare beeld: bek wagenwijd open, zwarte vlekken voor de ogen, duizelingen, bloed dat beukt tegen de slapen en tegelijkertijd uit mijn hoofd richting hart wordt gezogen, longen en hart die erom vechten om als eerste mijn borstbeen te breken). Dergelijke trainingen in het diep rood tot zwart zijn nodig om hier, nu, vandaag, zo lang mogelijk op souplesse en comfort te kunnen fietsen. Het schema schrijft 90 minuten per klim voor. Hartslag tot de 140, 145. Meer niet.

Geen paniek.

Je kent deze klim zó goed.

Iedere hellende meter is jou bekend.

Je hebt je oortjes in gedaan. De familie zit binnen. Jouke en Marrekie zijn naar huis. Jouke had verteld over de afscheidsbrieven die zijn terminale moeder had geschreven voor haar dierbaren. Daarna liep hij weg en kwam hij terug met twee enorme plasticzakken mueslibollen, krentenbollen, boterkoek, eierkoeken en gevulde koeken.

‘Van Bakkerij Voordijk uit Ridderkerk. Gesponsord.’

Ik slikte en dacht aan een opmerking die ik gelezen had van ene H. op Twitter. Dat Nederland dood- en doodziek was. Hij had waarschijnlijk nog nooit van Bakkerij Voordijk gehoord. Of van Jouke.

7:11u

Ik fiets met mijn oortjes in.

Looking at the Rain van Clapton.

De tuin is nu leeg. Ik staar naar het grote Alpe d’Huez spandoek dat Lucas, Marcel en Anita gisteravond (‘bemoei jij je er maar even niet mee’) aan de schutting hebben opgehangen. Fietsvriend Henny Blok was die een paar dagen terug langs komen brengen.

En plots staat hij voor me. Henny. Met zijn zoon Kris. Ze hebben beiden het groenwitte Rotterdam Fund Racers shirtje aan.

Met Kris (l) en Henny (r) Blok

7:28u

‘Wanneer kwam je op het idee?’

‘Welk idee Henny?’

‘Om Alpe d’HuZes virtueel te doen.’

‘Het kwam eigenlijk geen seconde in me op om het níet te doen.’

‘Leg uit.’

‘Kanker trekt zich nergens wat van aan. Corona of niet. De duivel blijft tumoren fabriceren. Hij plant ze in als je slaapt. Hij kiest wie hij wil. Blinde willekeur. Man, vrouw, rijk, arm, kind, bejaard, rood, wit, geel, zwart. Hij laat de tumoren groeien ook. We moeten iets doen. Corona of niet. Móet. Er is geen andere keuze.’

7:41u

Henny is boven de zestig maar nog akelig fit. Hij is mijn voorbeeld. Eetzucht ken ik niet. Rode wijn is het goedje waaraan ik me graag toegeef. Als ik die zucht structureel kan beteugelen en mijzelf een spaarzame uitspatting toelaat, moet ik over dik tien jaar kunnen fietsen zoals Henny nu doet met zijn zonen Kris en Alex. Henny wordt binnen nu en twee weken opa.

‘Het gaat goed, we kunnen niet wachten’, zegt aanstaande vader Kris terwijl hij op mijn tablet kijkt, ’hij gaat trouwens lekker Spookrijder. Goed bezig.’

‘Lekker tempo Marco, hou vol zo’, vult vader Henny hem aan.

Zou Henny van rode wijn houden?

8:31u

De tweede beklimming zit erop. Elf seconden langzamer dan de eerste beklimming, maar geheel in controle.

Hij heeft me geen centje pijn gedaan. Zo gaat het op de Alpe ook. Als je de Heilige Zes wilt halen, moet je minimaal twee, drie keer Alpe d’Huez pijnloos kunnen beklimmen. Pijn mag en moet pas als je over de helft bent.

Ik moet schijten.

8:35u

Het WC papier glijdt uit over een klodder broekvet. Het zit nu echt overal. Ik ben de Jos Brink van de fietsgroep.

8:41u

Het massagebed staat middenin de huiskamer.

De duimen van Anita drukken diep in mijn dijen. Met name de vastus vatirales moet het ontgelden. Precies daar verzamelen de Lactaten zich. Keer op keer. De Lactaten zijn de vijand. Het is een sterk leger. Een geduchte tegenstander. Steeds zo defensief ook. Ik ben een aanvaller. Altijd een pleurishekel gehad aan defensieve sporters. Met name aan Chinese badmintonners. Alles terugperen om met één venijnige smash gehakt te maken van jouw westerse geploeter.

Estelle en Fabienne zijn er.

Fabienne verontschuldigt zich vrijwel meteen – haar rugzak zit vol ambitieuze plannen. Kunstminnend Rotterdam mag de borsten nat maken. Ze aait over mijn hoofd.

Estelle is afdeling social media, muziek, moral support, en bovenal het aanvoelen van haar aanstemmingswisselinglijdende vader.

Ik heb mijn meiden meer nodig dan zij zelf beseffen. Zelfs die inschattingsfout vergeef ik hen.

Traanvocht in mijn ogen. Vanwege de aanwezigheid van Fabienne en Estelle. En vanwege het gevecht dat Anita’s duimen leveren tegen de Lactaten.

 

9:30u

Ik heb mijzelf klaar gemaakt voor klim drie en het is pas half tien.

Deze vreemde perceptie van tijd overkomt mij ook altijd op de echte Alpe. Dat je dus bang bent een soort van “te vroeg” uit te komen.

De muziek mag inmiddels over het Bose speakertje. Barendrecht moet wakker worden gemaakt. Diana is gisteren nog langs alle omwonenden gegaan. ‘Voor het goede doel’, had ze er als disclaimer bij gezegd.

Ik heb een Alpe d’HuZeslijst gemaakt die een verzameling is van zeven deelnames aan Alpe d’HuZes. Ik schreef talloze levensverhalen waarin ik de geïnterviewde vroeg naar de meest dierbaar liedjes. Come Together. Walk on the Wild Side. You Are My Sunshine. Deze combineerde ik met liedjes die mij persoonlijk inspireren tijdens mijn Alpe d’HuZes trainingen. Absence of the Sun van Triggerfinger. Zingen in de Storm van Alex Roeka. Boven van Bløf. Een Man Mag Niet Huilen van Jacques Herb.
De lijst wordt aangevuld met liedjes van aan kanker overleden helden. Heroes van David Bowie. Iedereen is van de Wereld van de Scene. Poep in je hoofd van de Raggende Manne.

9:31u

Renee en Luca zijn er.

Ik slik.

9:33u

Luca gaat pal voor me zitten en kijkt me verlegen aan. Zou ze me nog herkennen? In februari bezochten Arjan en ik haar om een filmpje te maken. Ze zat toen in een rolstoel, haar been zat in het gips. We speelden winkeltje in de keuken. Ze verkocht me een appel.

Nu eet ze een koekje. Renee drinkt thee en praat met Anita. Marcel en Lucas hangen de slinger op die Luca voor me heeft gemaakt. Succes Marco staat erop.

“Mij niet gezien.” “Dat je daar zin in hebt.” “Dat je dat kan opbrengen om ieder jaar weer te doen.”

Het zijn de standaardopmerkingen die een gemiddelde Alpe d’HuZesser hoort op feestjes, borrels en recepties. En ik dus ook. In die terloopsheid houdt zich vaak een compliment en een blijk van waardering schuil, maar lang niet altijd.

Het antwoord op die verontwaardiging zit nu recht tegenover mij en ze heet Luca. Iedere spiervezel van mijn lichaam laat zich verenigen met mijn hoop, mijn wil en mijn absolute overtuiging dat kanker over een X aantal jaar geen dodelijke ziekte meer zal zijn.

‘Ik heb voor jou een stok!’, zegt ze nadat ze op mijn schermpje heeft gekeken om te checken of ik wel echt op een berg fiets. Het woord virtueel kent een kind niet. Voor een kind is iets echt of niet echt. En dat ‘iets’ is vandaag Marco op een fiets en dus is het echt.

Ze trekt haar mama mee naar buiten de schutting, want daar heeft ze de stok zo lang moeten houden.

‘Hier. Voor jou!’, zegt Luca. Het is inderdaad een prachtige stok. Het is de mooiste stok die ik ooit heb gezien.

‘En een kiezelsteen. Die is ook voor jou!’


Bekijk hier het indrukwekkende interview van Arjan Smilde en mij met Renee, fietsvriend Kevin en Luca (februari 2020):

11:02u

Mijn derde beklimming zit erop. Ik deed er een paar minuutjes sneller over. Een twintig minuten geleden sprak ik over Facetime met oer-Fund Racer Monique. Aan haar ieder jaar de eer om het nieuwe tricot te presenteren. Met gevoel voor drama en de daarbij horende pathos kondig ik haar ieder jaar aan op de Alpe, DJ Jorrits pompende beats beuken door de speakers, alle Fund Racers gaan staan en dan dat moment dat Mo verschijnt, in haar badjas, met haar heupen wiegend op “You Can Leave Your Hat On”. Gisteren deed zij het virtueel en dunnetjes over. Ze ging live op Facebook en poseerde voor een Hollandse molen, de pokkenwind blies haar woorden gedeeltelijk weg, maar haar wulpse dansje was er niet minder om. Niets doen is voor Mo geen optie. Zij overleefde kanker. Kan de hele wereld aan. Op social media wordt zij door vriendinnen powervrouw genoemd. Ik houd het bij wereldwijf.

De benen voelen uitstekend. De kniepezen begin ik licht te voelen, maar dat mag na drie keer de Alpe.

‘Jij mag bij mij slapen!’, zegt Luca als ze me gedag zegt.

‘En dan mag je mijn tandjes poetsen!’

Door de aanwezigheid van Renée en Luca is deze Alpe d’HuZes allesbehalve virtueel. Hij is echter dan echt.

Niets is zo echt als wat een kind zegt.

Facetimen met Mo

12:07u

Mijn trainingsmaat Ed is er.

‘Ik moest je effe zien. Maar ben zo weer weg. Danny gaat ook lekker. Hij gaat ook zo voor zijn vierde.’

In het decor van een onheilspellende wolkendek fietsten Ed en ik dit voorjaar honderden kilometers langs de IJssel en de Lek, over polders, dijken en wegen waar de wind vrij spel had om onze goede wil te tarten. Ed heeft een onbevlekt blazoen. Niet te betrappen op één vloek, scheet, mopper, boer, steek onder water of grap onder de gordel.

Met Ed deed ik een paar jaar terug de afdaling van de Col de Sarenne, de achterdeur van Alpe d’Huez, het stukje paradijs dat de Lieve Heer het liefst voor Zichzelf had willen bewaren. Ed en ik stopten bij vrijwel iedere bocht om een foto te maken. We staken onze voorwielen in de eeuwige sneeuw en voelden ons kortstondig eeuwig gelukkig. Als Ed mijn jeugdvriend was geweest had ik stripboeken met hem gelezen en limonade gedronken. Daarna zouden we voetballen op het grasveldje. En een stukkie fietsen. Hij zou Hennie Kuiper zijn en ik Joop Zoetemelk. De week erop zouden we de rollen omdraaien.

Alpe d’HuZes 2018, met Ed op de Col de Sarenne (1.999 meter hoog)

Alpe d’Huzes 2020, Ed als supporter: niet virtueel maar echt!

12:23

Ook finishdame Tilly en Maurice zijn alweer naar huis. Tilly ging live op Facebook terwijl ze verslag deed van mijn laatste kilometers van de derde beklimming. Terwijl ze naast me stond liep ze virtueel mee, marcherend, zoals de fanfaremeisjes doen aan de kade van St. Tropez aan het eind van een Louis de Funès film.

Tilly zal niet half weten hoe zeer je naar haar uitkijkt, als je fietst in Niemandsland, zo ergens tussen bocht 13 en 12, zo’n stuk van de Alpe waar je niemand meer ziet, waar geen band speelt en geen DJ staat. Eenmaal boven zwaai ik in de finishstraat naar haar. Daar staat ze. Daar. En dan slik je. “Daar komt de Spookrijder Marcooooo! Laat die handjes eens zien!” En dan slik je weer. En dan klinkt Lac du Connemara van Michel Sardou door de speakers en dan is de wereld op zijn best. Categorie Springsteenconcert en Feyenoord kampioen. Dat idee.

12:35

Geen Lac du Connemara door de boxen van DJ Jorrit die mij door de vierde beklimming loodst. Het is ongelofelijk wat een moeite mijn vrienden hebben genomen om mij moreel te ondersteunen. Jorrit is zelf een meesterlijke fietser die kan putten uit een vat zelfdiscipline waar een paard de hik van krijgt. Bovenal is het een fijn mens, een man die zijn hand niet omdraait voor een flauwe woordgrap, een man die de onbetwiste sfeermaker is op de echte Alpe, als we Restaurant Le Passe Montagne passeren en we Jorrits stem horen, als hij de muziek doet opzwellen, als hij steevast Boven van Bløf draait, als hij gilt dat die handjes de lucht in moeten omdat een Rotterdam Fund Racer gesignaleerd is, een Rotterdam Fund Racer met het snot op zijn linkerwang, met stukjes onverteerd ontbijtboek tegen zijn voortanden geplakt, een Rotterdam Fund Racer die weet dat het nog maar een klein stukkie is vanaf de Route de la Poste (maar zo meteen nog wel naar rechts, de Rue du Coulet in, dat pleuris stukkie dat altijd omhoog gaat en waar nooit geen supporters staan), een Rotterdam Fund Racer die de aandacht van Jorrit krijgt. Jorrit, bij wie de vriendelijkheid op het gelaat vastgebakken zit. Jorrit die vraagt naar de cadans van mijn pedalen (“65-70 Jor!”) en daar vervolgens zijn muziek op afstemt. Bizar. Ik waan me in een loungebar in Singapore. Ik fiets in een warm bad. Zijn muziek klinkt als een Thaise massage. Ik ga voor de Happy End.

Ook Rotterdam Fund Racers Lodewijk, Alex, Stephan, Xander en Marrekie zijn langsgekomen. En Anita en Wil, de ouders van Marrekie. Het wordt drukker en drukker.

Door Covid-19 mogen we niet met elkaar, maar we kunnen niet zonder elkaar.

Wij Rotterdam Fund Racers zijn een gebalde vuist en de troostende hand ineen.

DJ Jorrit in the house!

12:49u

Mijn moeder en broer zijn er.

Ik bedenk me dat dit de eerste keer in ons leven moet zijn dat mijn broer mij ziet fietsen op een racefiets. Hij is 54. Ik 50.

13:33u

Tijdens de finish van de vierde beklimming draaide Jorrit eerst The Rising van Bruce, gevolgd door Boven van Bløf. Het publiek klapte en zong mee. Diana. Anita. Estelle. Marrekie. Mijn moeder. Mijn broer. Lodewijk. Xander. Steef. Alex. Anita en Wil, de ouders van Marrekie en vaste supporters op de echte Alpe.

Er wordt met centimeters geknabbeld aan de anderhalve meter.

14:23u

De derde Ed van vandaag is langskomen. Na trainingsmaat Ed en broeder Ed is het nu Lange Ed, mijn kameraad die ik al ken sinds mijn geboorte. Met Ed is het altijd duiken in het diepe van het zwembad dat verleden heet. Zonder bandjes.

‘Tuurlijk man’, zegt Ed als ik hem bedank voor zijn komst naar de tuin van Diana.

Het aantal “tuurlijk man” uit de mond van Ed is in een mensenleven niet te tellen. Maar zo vanzelfsprekend is het leven niet. Eigenlijk allesbehalve. Hij doneerde zoals ieder jaar royaal. Ook niet vanzelfsprekend, al ziet Ed dat anders. ‘Tuurlijk.

Tijdens het fietsen laat hij wat namen horen van wat obscure post-punk bandjes waarnaar ik moet luisteren. Fontaine DC Boys. Cage The Elephant. Ist Ist. Zal wel weer een bak teringherrie zijn. Broodnodig. Van tijd tot tijd.

Zijn moeder stierf drie jaar geleden aan kanker. Zij paste op mij op toen ik nog een baby en peuter was. Ik hield een toespraak op haar uitvaart. Het was vlak na Alpe d’HuZes 2017.

Daarna hebben Ed en ik het op een enorm zuipen gezet. Klassiek. Zoals grote mijnheren doen.

15:14u

‘Ik ben weg, moet nog effe werken voor mijn centen. Maar ik kom nog terug later vandaag. Met Machteld.

‘Echt?’

‘Tuurlijk man.’

15:20u

Kinderen. Dat is onze achilleshiel. In de kern fietsen we voor de kinderen met nét wat meer inzet. Sinds het verhaal van Lianne dat ik mocht schrijven aan de hand van gesprekken met Fraukje, Elleke en René, fietst Aapje Papillon met me mee. Aapje Papillon is mijn zwijgzame alarmbel.

In de sloppenwijk van Mumbai bezocht ik een opvanghuis waar behoeftige kankerpatiënten worden opgevangen. De patiënten stonden in cirkels om de blanke mijnheer heen die hen vast en zeker zou genezen. Ik hoorde hun verhaal aan dat vertaald werd door initiatiefnemer Aftab, vervloekte de aardbol, beet op mijn tong om niet in tranen uit te barsten (niets zo ongepast om met je dikke verwende westerse kutkop een potje te gaan staan janken bij mensen die werkelijk álle reden hebben om te huilen en om mij voor mijn weke klotesmoeltje te slaan), slikte brokken duivels verdriet weg en fluisterde “God bless you” terwijl ik over hun hoofden aaide.
Ze stonden in een lange rij. Aan mij de eer om de bordjes of stenen mokken van de patiënten te vullen met cementachtige rijstepap. Het was het meest vernederende en meest vertederende dat ik ooit moest c.q. mocht doen, juist omdat zij mij zo open en dankbaar bejegenden. Geen spoortje wrok. Leed is relatief, kanker is absoluut. Da’s een blauw tegeltje.

Sindsdien ontvang ik iedere zondagochtend van Aftab trouw een reportage van tientallen foto’s en video’s waarop monsterlijke (veelal uitwendige) tumoren te zien zijn. Of van kale kindjes. Hij schrijft er nooit iets bij, Aftab. Alleen die foto’s en filmpjes. Iedere zondagochtend.

Daarna mag ik graag klagen over dat kut ei dat ik niet gepeld krijg (je weet wel, dat dat wit zo aan de schil blijft plakken) of, nog erger, dat ik voor het ontbijt geroepen word terwijl de tafel nog niet gedekt is.

15:46u

Mijn bek hangt open. Soms denk ik flarden Fabienne te zien en soms weet ik het zeker. Mijn moeders bezorgde blik is wel te onderscheiden. De Alpe gaat me nu pijn doen. Niet zo’n pijn als tijdens mijn achterlijke exercities in mijn werkkamer, beukend tegen die Alpe op, bloed in de bek, surplace fietsend in een plas van zweet en snot, waar demonen spelen met mijn vrije wil, waar ik steeds weer getest word, omdat de duivel wil dat wij breken.

‘Kom op Mar!’, zegt broeder Ed die uit gewoonte besloten heeft een sigaartje op te steken, ‘denk aan Bruce! No Surrender!’

Hij is erbij gaan staan.

Op de echte Alpe is het ook geduldig wachten tot de man met de hamer langskomt. Hij staat altijd verdekt opgesteld en laat zich altijd op een onverwacht moment zien. Zoals Didi Senft, de Duitse wielerfanaat die zich bij iedere etappe van de Tour de France als duivel laat verschijnen.

Ik schijt op Didi Senft, ik schijt op de duivel.

Ik krijg de 32 van Arthur nog wel rond getrapt maar ik voel meer druk. Vooral hier, op dat lange rechte pleuris end ergens tussen bocht 3 en 2. Er komt geen einde aan. En het lijkt ineens steiler dan bij de vorige beklimmingen. Is de apparatuur van die kut Tacx kapot? Ik kijk naar beneden. Er moet iets aanlopen. Er moet een technische verklaring zijn voor mijn plotselinge pijn. Ik ben mijn focus kwijt. De achtertuin wordt een draaikolk en ik word gecentrifugeerd. Ik zit opgesloten in een magnetron. Didi Senft draait aan de temperatuurknop. Ik moet gebraad worden.

Boven van Bløf wordt weer gedraaid. Nondeju, gore kut tering tyfus berg. Dat Didi Senft toch de vliegende cholera krijgt.

Annemiek!

Annemiek is er! Ze staat rechts van me. Ze heeft een cadeautje voor me meegenomen. ‘Voor Danny ook. Daar ga ik hierna heen. Ik kon niet thuisblijven. Ik zag al jullie posts voorbij komen op Facebook. Ik móest wat doen’, had de schat gezegd.

Bovendien is Edith er. Een foto van haar mam Jeanne hangt naast me. Aan de houten schutting. Jeanne hield van tuinen. En de zon. Bloempies. Bijen. Dat soort werk.

En nu schreeuwt ze me omhoog. Ik mag nooit meer vloeken. Ik ben boven.

Nog ééntje. Voor het sfeertje.

16:35u

Ik lig weer op de massagetafel. Anita gaat voor de laatste keer het gevecht aan met het Lactatenleger. We zijn aan de winnende hand.

Terwijl ik op mijn rug lig laat Estelle mij de laatste filmpjes zien die mijn teamgenoten hebben gemaakt. Het was een idee van Marrekie geweest. De filmpjes waren hilarisch en ontroerend tegelijk. Tijdens of na een klim krijg ik er een paar te zien van Estelle. Ze heeft zelfs een schemaatje gemaakt. Wij Hendriksen laten niets aan het toeval over. Ondertussen stromen de donaties binnen. Estelle roept ze luidkeels om als ik fiets. Bij iedere donatie, groot en klein, volgt applaus.

Diana heeft een schoenendoos omgetoverd tot donatiebox. Haar buurman Rob is al een paar keer langsgekomen. Steeds deed hij cashgeld in de box. Hij at een appel en keek mij verwonderd aan. Imbeciel en zwager van Diana. Aangenaam.

Zoals Anita de strijd aangaat met de Lactaten, zo is cyclisme het vehikel dat de wapens vat tegen cynisme. Cyclisme is het uitroepteken, cynisme het vraagteken.
Cynisme is een tumor die met de wortel en tak moet worden uitgeroeid. Cynisme is de reis van een ongelovige vrachtwagenchauffeur zonder kompas op lekke banden. Cynisme is traplopen met een rugzak vol argwaan op je bult. Cynisme is een toffee die in je muil blijkt plakken. Cynisme is een doodlopende weg waarop een blinde is terechtgekomen. Cynisme is de scheet van een hond die de kamer verlaat. Cynisme is de zeis van magere Hein.

Cynisme is de gore rochel in de bek van iedere kankerpatiënt.

17:00u

Ik begin aan mijn zesde klim.

Mijn zus Liliane heeft mijn moeder opgehaald omdat haar zoon Raymond is geslaagd voor zijn HAVO. Feessie! Met het inmiddels welbekende ‘stoppen als het niet meer gaat hè?’ trokken ze de tuinpoort achter zich dicht. Als het aan mijn zus en moeder lag nam ik mijn fiets mee in de skilift om te dalen, fietste ik met ellenboog- en kniestukken en had mijn fiets zijwieltjes.

Het wordt een heerlijke herhaling van zetten. Als de favoriete pizza die je bestelt bij je favoriete pizzeria: je weet wat je krijgt en geniet van de smaak der herkenning. We gaan op zeker. Wij Hendriksen houden níet alleen níet van toeval, maar ook niet van verrassingen. No Surprises van Radiohead heeft zijn werk gedaan.

Mijn benen voelen een stuk beter dan bij de vorige beklimming. Het stiefbroertje Pijn heeft plaatsgemaakt voor de tweelingbroers Trots en Focus.

Fabienne is er nu ook bij. En de glimlach van Jeremy. En Marcel. De buren Rob en Pascale zijn er. Diana. Anita. Estelle (die nu DJ is en onvermoeibaar de donaties doorschreeuwt en foto’s blijft posten op social media).

‘Je gaat viraal op de socials’, zei Marrekie me net. Hij is wéér langsgekomen en niets is vanzelfsprekend.

Zijn lieve Heidi is er nu ook bij. Ze staat vlak naast me. Zwijgend. Ze kijkt me indringend aan. Aan haar blik zie ik de waarlijke gekte van mijn plan om de Alpe zes keer virtueel te beklimmen. Ze kijkt bezorgd, verwonderd, bewonderend maar toch ook eigenlijk vooral lief. Als Heidi lacht denk ik aan een toverfee die met één tik van de toverstaf een einde maakt aan alle ellende in de wereld. Blijf vooral lachen Heidi, ook naar die idioot die nu aan het fietsen is.

Vergeef het hem, hij wist niet beter.

Dan komt Stephan binnen met zijn gezin bestaande uit vrouw Mila en dochters Eva en Saar en hun vriendinnetje Zoey.

Na Luca is zijn dochter Eva het tweede kind dat me spreekwoordelijk omver blaast. Eva hield op 9 december 2019 haar spreekbeurt over Alpe d’HuZes en daarna mocht ik als ambassadeur van de Rotterdam Fund Racers een woordje spreken. De kinderen vroegen me het hemd van het lijf. Hoeveel geld ik ophaalde. Hoe hard ik naar beneden fietste. Of ik wel eens een valpartij had gezien. En of daar dan bloed bij zat. Als wedervraag vroeg ik de kinderen of ze mensen kenden die roken. De vingernaarplafondwijzers gaf ik de opdracht mee de rokers stevig aan te pakken. Vaders, moeders, opa’s, oma’s, ooms en tantes. Opgepleurd met die kutsigaretten. Voor rokers fietsen we ook, ‘tuurlijk, daar niet van, maar het hóeft niet. Voorkomen is niet alleen beter dan genezen, het is vooral een stuk goedkoper.

Eva zwaait nu naar me. Stephan lacht de lach der lachen. Ook hij haalde de Heilige Zes vorig jaar. Zijn schreeuw bij de Passe Montagne weerklonk over de toppen van de Alpe d’Huez en moet via de flanken van de Lauteret zijn aangekomen bij de Galibier waar een roofvogel verschrikt opkeek toen hij zich deze legendarische oerbrul gewaarwerd. Stephan verdient een gouden medaille als de prijzen worden uitgereikt in de categorie Goedertierenheid, een woord dat even zeldzaam dreigt te worden als mensen als Stephan.

Marrekie en Steef schreeuwen naar een beeldschermpje waarop zij live de finish van de zesde beklimming van nieuwbakken Rotterdam Fund Racer Rino volgen. Ze laten mij een hevig zwetende Rino zien. Zijn rossige haar steekt naar alle kanten en op de wallen onder zijn ogen kan hij stadsrechten aanvragen. Mijn hemel wat een beest. Zijn kinderen springen op het bed. ‘Hup papa!’ De vrouw van Rino zegt iets in het beeldscherm. Ze heeft gehuild of maakt aanstalten te gaan huilen.

Niets zo mooi als een huilende vrouw. Zij verdienen in iedere bus of vliegtuig een plaatsje aan het raam.

Vanaf bocht 4 wordt de muziek hardnekkiger. Mijn nicht Laura en haar Cris zijn er nu ook. Ed (‘tuurlijk man’) is er met Machteld.

De toon wordt gezet met Alive van Pearl Jam.

Dan ruim baan voor Bruce Springsteen, de voorganger in onze strijd tegen het cynisme. Zou Bruce een fietser zijn?

Hij belichaamt alles wat hoop is of verbeeld te zijn. Het is Thunder Road. The Rising. No Surrender. Bobby Jean. En dan, als je denkt alles te hebben gehad, volgt Land of Hope Dreams, het themalied van mijn Alpe d’HuZes 2015 campagne.

Estelle kiest voor de akoestische uitvoering van Broadway. Het is niet lang meer naar de top, maar toch, de boel staat op breken. En Bruce is aan het woord.

“This train carries saints and sinners
This train carries losers and winners
This train carries whores and gamblers
This train carries lost souls”

‘Kom op Mar!’, zegt ‘Tuurlijk Ed.

“Faith will be rewarded!”

Ik kijk Anita aan. Land of Hope and Dreams gaat nog verder dan mijn strijd tegen kanker. Goede verstaanders hebben aan halve woorden genoeg, dat verklaart onze liefde voor Bruce die zijn boodschap niet hoeft te verstoppen in een pseudo-literaire verpakking. Recht voor je raap. Een hakblok, een boomstam en een bijl. Meer heb je in de kern niet nodig.

Geniet van de spaanders.

Faith will be rewarded zou ooit de tattootekst op mijn linker onderarm moeten worden (rechts uiteraard Stay Hard Stay Hungry Stay Alive). Wanneer kan ik die moed opbrengen?

Ik slik nog maar eens.

En dan wordt het stil in de achtertuin.

“I said, this train carries broken-hearted
This train thieves and sweet souls departed
This train carries fools and kings
This train, all aboard”

Mijn vader leefde nog toen Anita en ik in het Walter Kerr Theatre op Broadway zaten. Mijn herinnering aan hem hangt als droge spuug in mijn huig. Zijn foto hangt links van me. En eentje van Tante Ivonne. Ome René. Ome Frans. Tante Lile. Ome Beer. Tante Hennie. Oma Bos. Lex.

“I said, this train dreams will not be thwarted
This train faith will be rewarded
This train hear the steel wheels singin’
This train bells of freedom ringin’”

De verrijzenis is ingezet. Het is nog niet te laat. Ik hoor Fabienne en Estelle achter me grienen. Zij hebben voor- en nakennis.

Twitteraar H. had ongelijk. Nederland is niet ziek. Integendeel. We zijn springlevend.

‘NOG DRIEHONDERD METER!’, brult Marrekie.

Niet Didi Senft staat bij de finish maar het is -als ik mijn ogen dichtdoe- Tilly in haar blauwe feestjurk, mét hoed, die me verwelkomt. Dit is de slotserenade. Hier deden we het allemaal voor.

‘NOG TWEEHONDERD METER!’. Marrekie zit haast ín mijn iPad. Ik zie meer van zijn grijze haren dan van mijn scherm, maar dat geeft niet. “Mooi grijs haar”, zou mijn wijlen Oma Hendriks hebben gezegd. Blake Carrington van Dynastie was de norm.

Er wordt gejoeld en meegezongen. “Maar als het erop aankomt, als er gevochten wordt om het scherpst van een mes…”

De jongens van Bløf hebben het stokje van Bruce overgenomen.

‘NOG HONDERD METER!’

“Lang lag ik onder
maar zonder
de wanhoop van het wachten
in nachten die eindeloos duren…”

‘NOG VIJFTIG METER!’

“Ik heb geloof in mijn hoofd en mijn handen…”

‘KOM OP MAR!’

‘NOG EFFE!’

Het einde van mijn ode aan de liefde voor het leven is in zicht:

‘STRAKS KOM IK BOVEN!’

Dit was onze vuistslag. Wij zullen winnen omdat we met meer zijn. Voor iedereen die weet dat niets doen geen optie is.

Voor iedereen die gelooft in zijn hoofd en handen, vertrouwen zal beloond worden: dit was de oerkreet!

Heel veel echter kon Alpe d’HuZes editie 2020 niet worden.

***

De laatste donatie vóór deze echte virtuele Alpe d’HuZes editie kwam van mijn kinderen (zowel de tekst als het bedrag ontroerde me), waarmee de teller op €2.635,33 kwam te staan:  

De teller staat per vandaag op €6.388,00. Met deze fietsactie haalde ik dus €3.753,00 op voor het KWF. Ik ben al mijn donateurs intens dankbaar voor het ondersteunen van mijn missie om kanker de wereld uit te trappen!

Donaties blijven even nodig als welkom! Bezoek hiervoor mijn Actiepagina.


Bekijk hier de prachtige Aftermovie die Estelle maakte aan de hand van video’s van de fietsdag en een compilatie van ontroerende en hilarische filmpjes die mijn teamgenoten ter morele ondersteuning instuurden:

Dank aan Estelle die dit filmpje maakte op de meest onchristelijke uren. Omdat haar vader dat vroeg… 

Dank aan alle donateurs, speciale dank aan Bakkerij Voordijk te Ridderkerk, speciale dank aan mijn ploeggenoten voor de inspirerende video’s die jullie instuurden, dank aan DJ Jorrit voor de muzikale boost, dank aan alle supporters die langskwamen om mij te ondersteunen, bijzonder veel dank aan Diana, Marcel en Lucas voor de gastvrijheid, dank aan Anita, Fabienne, Jeremy en Estelle voor werkelijk alles (A-Z) en een zeer speciale dank aan Mark “Marrekie” van Son voor al het werk achter de schermen.

Het werd door jullie allemaal een onvergetelijke dag.

FOTOGALERIJ

(klik op een afbeelding voor een vergroting)


Meer weten over de Stichting Rotterdam Fund Racers?
Dat kan hier!

Interesse in de werkzaamheden van DJ Jorrit?
Bezoek dan hier zijn website!

Beluister hier ter lering ende vermaak de Alpe d’HuZes Afspeellijst:

-