Alpe d’HuZes, 6-6-2019

 

‘Zullen we er nog één doen Mar? Voor je vader?’

Lars en ik hebben net voor de vijfde keer Alpe d’Huez beklommen.

‘Da’s goed. Maar we mogen het onderweg niet over hem hebben. Ik ben bang dat ik dan breek.’

Dat belooft Lars.

Eenmaal beneden volgt voor de zesde keer hetzelfde ritueel. We plassen, houden elkaars fiets vast, doen onze armstukken af, drink-eten een bouillonnetje, laten een scheet, omhelzen elkaar, zitten alweer op de fiets, laten een boer en draaien bij Camping La Cascade voor de zesde keer linksaf waar voor de zesde keer de onverbiddelijke elf procent op ons wacht.

Het is de zesde keer dat ik aan Alpe d’huZes deelneem. Nog nooit haalde ik de zes. Maar vandaag wel.

Het is vandaag precies zeven dagen geleden dat mijn vader op Hemelvaartsdag zijn laatste adem uitblies. Mijn familie maakte deelname aan deze Alpe d’HuZes mogelijk. De rouwkaarten zijn inmiddels verstuurd. De teksten voor de kerkdienst zijn uitgezocht. De bloemen zijn besteld. Fabienne en Estelle hebben dagen- en nachtenlang in het hotel op de Alpe de foto’s voor de uitvaart geselecteerd en gerangschikt. Morgen moet ik op de terugweg naar Rotterdam in de auto de tekst voor mijn speech schrijven.

Ondertussen vloekt Lars als Captain Haddock de hele wereld bij elkaar. Hij vergaat van de pijn.

‘Zullen we anders effe stoppen?’

‘Een Van Den Broek stopt nooit.’

Daarna roept hij zichzelf tot de orde. Hardop. Hij scheldt zichzelf uit. Ik zwijg. Als ik nu de naam Hendriks (‘een Hendriks geeft nooit op’) uitspreek zal ik in 28.910 stukjes breken, precies het aantal dagen dat mijn vader van het aardse heeft mogen genieten.

De hele dag stond in het teken van mijn vader. Na drie beklimmingen had ik mijn moeder aan de lijn. Mijn stem was van beton, mijn wil van graniet. Toen zij begon te huilen, gaf ik de telefoon aan Anita en vloekte ik zoals Lars nu in Bocht 7 doet. Het is nog een pleuris eind naar Bocht 6, de bocht van vlindermeisje Lianne en Aapje Papillon. Alpe d’Huez is een berg waarbij het gewicht van de herinnering armpje druk speelt met de zwaartekracht.

Het is teveel maar nooit teveel.

Na een goed anderhalf uur pijn lijden fietsen we onder het houten viaduct van skidorp Alpe d’Huez door, passeren we Restaurant Le Passe Montagne waar DJ Jorrit onze namen scandeert, waar de beachflags van de Rotterdam Fund Racers ons flankeren, waar Lars en ik handinhandvastberaden elkaars handen vastpakken, waar de pijn vergeten is, waar het leven gevierd wordt, waar gebruld, gezongen en gehuild wordt en waar wij langs mógen fietsen en waar ik mede door de steun van Lars 500 meter later de grootst mogelijke postume eer aan mijn vader heb mogen betonen door eindelijk de Heilige Zes te halen.

Lars en ik highfiven elkaar, knuffelen elkaar, omhelzen elkaar en keren dan terug naar Le Passe Montagne waar ik me eindelijk over mag geven aan de ontvangende armen van Anita, Fabienne en Estelle met een iconische wolkbreuk aan tranen als eindresultaat. Mijn lieve vader was het iedere druppel urine, snot, zweet en traanvocht waard.

De verdrietigste dag werd de mooiste dag uit mijn leven.

 

 

 

-