“A different timing, a different scene
We did the right thing
We were building a dream”

– JW Roy / Building A Dream

 

Voor Ruud en Jiska.

 

Deel 1 – Knieval

Het beloofde vooraf weer zo’n avond te worden. Zo’n “weet je nog toen” avond waar je in de winter van je leven op terugkijkt.

Eerlijk is eerlijk, er zat op de heenweg nog te veel Rotterdamse stress in ons gestel. Rotterdam, stad van het moeten, het proppen, het jagen. Zoekt u als jonge ondernemer een gat in de markt? Begin in mijn geliefde stad een bedrijfje in gemoedelijkheid. Succes verzekerd.

Illustratief voor de sfeer in de auto moge de volgende dialoog zijn vlak voor vertrek tussen Anita en mij. (Enige voorkennis in deze is vereist: op verzoek van Anita heerst al jaren de regel dat ieder gezinslid tijdig bij haar moet aangeven wanneer iets ‘boodschappelijks’ niet langer voorradig is):

“Lieverd, het vochtige toiletpapier is op.”

“JA HALLO! IK KAN NIET VLIEGEN! WANNEER HAD IK DAT MOETEN HALEN DAN?”

Met een stekende jeuk in de bilnaad (vanwege het ontbreken van vochtig toiletpapier moest ik met droog conventioneel papier afvegen, funest voor mijn aambeien-in-wording) parkeerde ik de auto op de 3e verdieping van de Tilburgse Tivoliparkeergarage.

“Hè gezellig, u gaat naar een feestje?”, vroeg een corpulente Brabantse in de lift, starend naar het feestelijke pakketje dat ik droeg. Ik telde drie zachte G’s en smolt. In onze parkeergarage aan de Witte de Withstraat had ik de dame in kwestie al lang en breed een “waar-bemoei-je-je-mee” kopstoot verkocht. Nog erger is de dodelijke blik van Anita. Niemand gelooft me, maar mijn Zuster Theresa kan een mens dood kijken. Wacht maar tot u uw trainingsactiviteiten op de racefiets intensiveert en u na het kakken uw reet moet afvegen en u melding maakt van het gebrek aan vochtig toiletpapier.

“Na 70 zeventig meter linksaf slaan.”

Sorry even voorstellen, dit is mijn onvriendelijke iPhone die tot mij spreekt. We passeren enkele rokende heavy metal fans wier ogen ons grinnikend volgen. In 013 speelt de Finse heavymetalband Amorphis. De enorme bak tyfusherrie bereikt zelfs de Tivolistraat buiten, waar een enigszins gestresste volwassen man met platte pet nu langsloopt. In de ene hand houdt hij het pakketje Rotterdamse Port en Rotterdamse kaas, bijeengehouden door transparant cellophaan met een gekleurd lintje vast, in de andere zijn iPhone die hem de weg wijst.

De man lijkt jeuk aan de reet te hebben want hij loopt wat schuin en houdt nu met één hand zowel de iPhone (“loop nu rechtdoor tot eindbestemming”) en het pakketje vast, om met de vrije hand zo onopvallend mogelijk de bilpartij van elkaar te scheiden ter ontlasting van de jeuk.

Dit is de trainingstol die een Alpe d’HuZesser moet betalen.

De deur staat open.

“Hallo?”, vraag ik de lange lege gang.

De echo is mijn antwoord.

”Gewoon maar naar binnen gaan?”

“Ja laat maar doen.”

Als je in Rotterdam je voordeur open laat staan, staat gegarandeerd een dag later je halve inboedel op Marktplaats.

“Hallo?”

De gang blijft lang en leeg, totdat Ruud en JW Roy de hoek om snellen.

“Hey Marco!”

Voordat ik het weet omhelst Ruud Anita en JW mij. Het pakketje Port en kaas stoot onhandig tegen JW’s rug. Bovendien ben ik de kaartenapp van mijn iPhone vergeten uit te zetten. Het “bestemming bereikt” klinkt even blikkerig als hinderlijk door de wederzijdse begroetingen heen.

Ik herken nog wat flarden van “goed kunnen vinden?”, “afgevallen zeg”, “lekker bezig” en “geweldige CD” maar wie wat zegt? Ik heb geen flauw idee.

Ruud en JW snellen de trap op om het draaiboek voor vanavond door te nemen.

In de keuken verwelkomt Ruuds levensgezellin Jiska ons hartelijk. Op zijn Brabants dus. Met zo’n  glimlach overdwars die geen enkel misverstand duldt.

We worden voorgesteld aan Peter en Adi, de gastdame en –heer die hun huis beschikbaar hebben gesteld voor dit huiskamerconcert dat vooral Ruud heeft georganiseerd. Vooral Ruud? Eigenlijk alleen Ruud, zonder dat Jiska dat weet. De instructies zijn duidelijk: Aniet, hou je tas bij je. Ons presentje geven we pas later.

We schudden handen. Zo’n vijfendertig man en vrouw zijn uitgenodigd voor deze intieme avond, onder wie meesterknecht Gert Jakobs, topsprinter Mathieu Hermans en wielericonen Henk Theuns en Hubert van Hoydonck.

“Da’s Marco. Topschrijver. Spookrijder. Rotterdammer. Hij schrijft ook voor Het is Koers! En de Ronde van Katendrecht. En voor Kim en Odette van Two for Rio. Echt. Enorm.”

Ik geneer me kapot.

“Ik ken hem niet”, zegt Mathieu Hermans. Godzijdank. Deze ontnuchtering had ik nodig. “Hij betrouwe niet op ijdelheid, waardoor hij verleid wordt; want ijdelheid zal zijn vergelding wezen (Job 15:31)”, u weet wel.

Net op het moment dat ik Mathieu en Gert wil vragen of zij ook wel eens last hadden van aambeien en die vreselijke jeuk rondom de anus (een luchtig onderwerp dat renners onderling zonder enige vorm van gêne kunnen delen), vraagt Ruud het woord. De gasten worden verwelkomd.

Ik verleg mijn zit.

Het summum van de bescheidenheid van het wielerwereldje ligt verankerd in de vriendelijke Hubert van Hoydonck, de befaamde mecanicien uit Sint Willebrord in wiens werkplaats niet alleen duizenden wielrenfietsen werden onderhouden, maar waar ook de legendarische wieler CD “De Sint Willebrord sessies, vol 1: Sporthuis Hubert” werd opgenomen. Een ware must voor iedere wielerliefhebber met een hunkerend hart naar wielerromantiek, wielerpoëzie en wielermuziek. Het project kwam in 2012 tot stand onder leiding van JW.

“Hubert, om een idee te krijgen van jouw naam en faam….noem eens een aantal bekende wielrenners van wie jij de fiets hebt mogen onderhouden?”

Het antwoord van Hubert is op fluistertoon waardoor de boomlange Ruud door de knieën moet. Niet voor de enige keer deze avond, zo zou blijken.

“Ah…ach zo….ja nee OK….”

Ruud staat op.

“Mensen, Hubert noemt liever geen namen omdat hij bang is dat hij iemand over mocht slaan.”

Vanaf dat moment zeg ik mijn cynisme vaarwel. Het is als sneeuw voor de zon verdwenen. De jeuk aan mijn reet blijft maar die is te handelen omdat-ie verklaarbaar is. Er bestaat echter geen verweer tegen bescheidenheid die de wielerwereld zo kenmerkt. Het heeft iedere keer weer de funeste werking van een knieschot. Ik heb dit met regelmaat nodig om uit de wurggreep van de Rijnmondse achterdocht te blijven.

Ik ben bevrijd.

Henk Theuns, bezitter van de ’s werelds grootste verzameling wielershirts (meer dan vijf duizend), doet nog een duit in het zakje der bescheidenheid.

“Eén shirt van Miguel Indurain ontbreekt nog. Nog ene…”, mompelt Henk.

Twee zachte G’s in één zin, en JW moet dan nog beginnen.

Het is doodstil in de huiskamer. Dit moment lijkt me voor een artiest  nog benauwder dan in een gegeven theaterzaal. Zeventig ogen die je rechtstreeks aanstaren. Zonder filter. Zonder spotlight. Zonder doek. Dit is Echt. Verdomd. Hij speelt het nu ook. “Dit is Echt”, het lied. Het lied dat één wordt met het nu. Nu was ooit, toen wordt nu en nu zal ooit als toen en ooit samenkomen. Op die allerlaatste dag.

Alles klopt hieraan. Ik vóel het. This is it.

“Ja mensen mag ik even? Dit is misschien een mooi moment om eventjes bij stil te staan.”

Eén zachte G. Die in ‘misschien’ was voor mijn gevoel net niet sterk genoeg.

Dit is Ruud.

Er wordt wat gemompeld. Ik probeer mijn gedachten razendsnel te ordenen (stop met filosoferen over nu, toen en ooit – dit zijn de zeldzaam mooie momenten die je moet koesteren, momenten waarop de kleuren van jouw palet bestaande uit rootsmuziek, warmte, melancholie, wielernostalgie, bescheidenheid en liefde samenkomen tot één kleur waarvan zelfs Vincent van Gogh een natte droom zou krijgen), omdat ik wéét wat er gaat komen. Ruud heeft het me al toevertrouwd.

Mijn hart bonkt alsof Ruud míj dadelijk…

“JW speelde net As Ge ooit…En Jis, da’s ons nummer. As Ge Ooit. Ieder woord klopt ervan, behalve ‘Als ge ooit nog eens terugkomt’….da’ nie’….”

De zachte G’s zijn niet meer te tellen. De spanning is voelbaar. Het is doodstil in deze haast monumentale huiskamer van Peter en Adi. Ik staar naar Ruud. Dan naar het plafond. Tegen hetzelfde plafond en zijn twee sierlijke kroonluchters zong JW net nog. Met dichtgeknepen ogen. We’re building a dream…ai-ai….ai-ai-ai-ai…

Dat was het knieschot. De definitieve afrekening.

De melodie kleurde de kamer, de echo van JW’s ai-ai….ai-ai-ai-ai… deed mijn ogen wateren. Het lied vormt de levensader tussen mijn kop en mijn hart: om die reden belichaamt Building a Dream de thematiek rondom mijn Alpe d’HuZes campagne. Om die reden staat het als eerste lied op het CD-tje dat wij voor Ruud en Jiska opnamen en dat nog altijd in Anita’s handtas rust. Wachtend op zijn beurt.

Ik open de ogen weer. Jiska staat nu voor Ruud. Building a Dream. Dit moment is Sprinsteenesk. Precies achter de twee zit JW. Met een gigantisch brede glimlach. Hij drinkt Kwaremont bier.

“Lieve Jis…het wordt maar eens tijd.”

Ruud zakt door de knieën, zoals hij een klein uurtje geleden ook voor Hubert van Hoydonck deed. Welbeschouwd zijn dit de enige personen ter wereld voor wie een mens een knieval maakt. Hubert van Hoydonck. En je aanstaande vrouw.

Een huilende vrouw die zojuist ten overstaan van een volle huiskamer ‘ja’ zei.

 

https://youtu.be/adpt3waUVkM

 

2016-03-18 17.52.25

 


 

 

Deel 2 – Levensmiddelen

Ik zie hem lopen. Ik zie hem spelen. Het komt door de woorden van Gert Jakobs. Meesterknecht. Ooit van Jean-Paul van Poppel. Nu voor Gijs. Gijsje Baeten. Gijsje, het jochie dat ik iedere keer zie spelen zolang mijn verbeelding groter is dan de gruweldaden van de realiteit.

Gert (door Ruud steevast ‘Gertje’ genoemd, je moet maar durven, een vijfvoudig tourdeelnemer ‘Gertje’ noemen, maar in het Brabants smaakt alles naar slagroom), sprak ik net nog in de pauze van JW’s huiskamerconcert. JW sprak onderwijl met de vader wiens dochter zojuist ten huwelijk was gevraagd. Ruud liet zich uitgebreid feliciteren door de gasten. Vanuit een ooghoek bekeek ik hem om te constateren dat werkelijk álles deugt aan die gast. Zijn zuurwaarde ligt zorgwekkend laag.

Anita en ik spraken met Gert. Over de koers. Iedere keer als het woord ‘koers’ viel, vonkten de ogen van Gert. Soms, niet altijd, voorzag hij die vonken van een stoot. Met de rechtervuist. Op het hart.

Daarna was JW’s tweede set begonnen met de vraag “kent iemand hier Townes van Zandt?”.

Ik antwoordde met een wat overdreven “yeah!”, alsof ik zó uit Fort Worth Texas, de geboortestad van Townes, was over komen vliegen om dit privéconcert bij te wonen.

Tussen enkele gasten door keek JW me recht in de ogen aan. Vond hij het prettig dat er een Townes fan aanwezig was of doorbrak mijn “yeah!” de intimiteit die dit optreden juist zo verlangde? Ik vermoedde het laatste.

Er volgden liedjes van de wieler CD “De Sint Willebrord sessies, vol 1: Sporthuis Hubert”. Ik zag mevrouw van Hoydonck (“ik mâkte deur d’n jaren hêne duzenden liters soep veur d’n renners”) zachtjes meedeinen op de melodie.

JW speelde een liedje ter ere van Yvonne Winnen, de overleden echtgenote van Peter. Peter schreef de tekst. Life is a Fee. Twee weken geleden was ik nog bij De Grote Peter thuis. We dronken koffie. Nothing is loss, all dreams got shot.

Middenin “Ik Kom Hier Boven”,  op de CD vertolkt door Guus Meeuwis, houdt JW een kort instrumentaal intermezzo. Hij herhaalt enkele akkoorden op de gitaar.

“Marco, deze is eigenlijk voor jou jongen….da’lijk…op Alpe d’Huez….succes…”

En JW zingt…”met mijn hoofd in de wolken, het snot voor mijn ogen, ik kom hier boven…”

Ik slik.

In een duizendste van een seconde schiet ik terug naar de huiskamer van Peter Winnen (pratend over de nieuwe CD van Alex Roeka, die schaduwachtige oogopslag, starend in de zwarte koffie), terug naar míjn huiskamer waarin ik meer dan drie uur trainde (Anita aan het aanrecht, haar streepjessokken, haar ochtendjas, haar vermoeidheid en haar man zo angstig voor die dag waarop zij zal zeggen ‘ik heb het helemaal gehad met je klote trainingen en je pedante verhalen’), terug naar de realiteit, terug naar de bonkende kop op de top van Alpe d’Huez, terug naar de trainingen met Bas, naar de spinninglessen met Ruud, naar de reacties op Facebook (“respect”, “je kúnt het”, “een diepe buiging”, “mijn pet af”, “tot tranen geroerd”), terug naar de huiskamer van Peter en Adi. Hier. In Tilburg. Met een glimmende Jiska. Die gaat trouwen. En Ruud. Achter ons. Met de handen op de schouders van Anita en mij (en die fluisterstem “mooi hè dit?”, ceremonie afgesloten met een liefdevolle kneepje).

De nieuwe CD met boekwerk van JW heet Dry Goods & Groceries. Kruidenierswaren en Levensmiddelen, zo legt hij uit. Hij houdt hem omhoog. Wij hebben hem al.

“Liedjes vormen onze levensmiddelen, JW!”, zou je willen schreeuwen door de kamer, “zonder liedjes houden we dit leven niet vol!”

Maar je zwijgt omdat JW al was begonnen aan het laatste lied, “Kampioenen”. Favoriet van Ruud. JW die de volle huiskamer liet meezingen. Ik zong laag en toonvast, uit angst voor de zoveelste knieval. De emoties zaten me te hoog. Te hoog om de mee-neuriënde Henk Theuns, Hubert van Hoydonck en diens vrouw aan te durven kijken.

En dat droeve gelukzalige gevoel wordt nu door Gert Jakobs in woorden bevestigd.

Hij praat over ‘het hart’. In het Drenths klinkt het als ‘haart’. Zingen met het ‘haart’. Koersen met het ‘haart’.

Gert is een man naar mijn hart.

“Dit is niet alleen de avond van Ruud en Jiska. Niet alleen van Jéé Wéé. Dit is eigenlijk de avond van Gijsje. Gijs Baeten. Om hem draait dit.”

Gert Jakobs is samen met Mathieu Hermans ambassadeur van Stichting Gijsje Eigenwijsje. Een van de drijvende krachten achter deze stichting is de boomlange Ruud, de zot die afgelopen weekend nog als training 238 kilometer (“viel best tegen na een paar maandjes niets doen”, één zachte G) fietste.

En Gert neemt ons mee. Naar december 2011. Naar Gijsjes laatste wens.

“Gijsje leed aan hersenstamkanker. Tijdens zijn ziekbed is Gijs twee keer met zijn broer en ouders  naar een vakantiehuis geweest. Even er tussenuit, een mogelijkheid die hen vanuit de naaste omgeving werd geboden. Deze uitstapjes betekenden letterlijk even weg van de hectiek, weg van drukte, weg van ziekenhuis, weg van de ziekte. Maar bovenal samen met elkaar zijn. ‘Genieten’ onder die moeilijke omstandigheden.”

En dus sluit ik mijn ogen en komt Gijsje in mijn verbeelding tot leven. Hij speelt met zijn broer Bart. Papa drinkt koffie. Mama maakt soep. Ze is moe. Papa doet net alsof hij nog nooit van het begrip vermoeidheid heeft gehoord. Gijs heeft trek in pannenkoeken en daarna wil hij met Bart van de glijbaan of. En dan tellen wie het snelst beneden is. Wel eerlijk tellen. Anders telt het niet.

“Gijs genoot van die weekjes weg, maar realiseerde zich maar al te goed dat het niet vanzelfsprekend was. Hij zei steeds dat hij zo gelukkig was met zo’n ‘warm nest’ van familie en vrienden. Het was daarom zijn nadrukkelijke wens om andere kinderen ook dat beetje geluk te gunnen. Samen met het gezin een weekje weg en te genieten van het ‘warme gevoel’. Daarin was Gijs heel stellig. In de laatste fase van zijn leven was hij erg bezig met zijn eigen stichting: “Gijsje Eigenwijsje”.

Na het overlijden van Gijs hebben zijn ouders ervoor gezorgd dat Gijs’ wens werkelijkheid werd.

Zij hebben het initiatief genomen en deze stichting opgericht.”

Buiten, op de Tivolistraat, rijdt een auto voorbij. Iemand in de huiskamer kucht. Een glas wijn wordt neergezet. En ogen. Ogen die proberen te ontsnappen aan de realiteit die Gert verwoordt.

“Hoe is mogelijk dat een ventje, Gijs, onze Gijs, denkt aan ánderen terwijl hij zelf zó ziek is. Dát verhaal raakte mij zo diep. Jullie hebben allemaal geld betaald voor vanavond. Namens de Stichting Gijsje Eigenwijsje danken wij u hiervoor en laten wij nog één keer gastheer Peter en gastvrouw Adi bedanken. En Ruud en Jiska. Dank voor deze gedenkwaardige avond.”

Gertje is voor mij nog altijd Gert en kussen doe je een meesterknecht niet.

Die zijn dus voor Ruud en dienst aanstaande echtgenote Jiska.

Met weke knieën aanvaarden we de terugreis naar Rotterdam. Hoeveel knievallen kan een mens op één avond verdragen?

2016-03-1723.09.36


 

 

***

 

Ik word wakker. Het kussen is kleddernat. Anita slaapt. Mijn reet jeukt nog altijd. Ik realiseer me dat ik gedroomd heb. Geen nachtmerrie. Integendeel. Wel een intense droom. Mijn hersens draaien de film terug. Vliegensvlug en paniekerig omdat de ontnuchterende werkelijkheid nog geen vat mag krijgen op de herinneringen aan de droom.

Drie houthakkers kapten als een bezetene een boom om. Eendrachtig en lachend. Ja, ze hadden er duidelijk plezier in. Ze kapten om beurten. Splinters hout sprongen in het rond. Ik hoorde een opgewonden kinderlach. Zo eentje van een spelend kind. Pas toen de boom omviel, herkende ik de houthakkers. Het waren JW, Gert en Ruud. De boom was ik. Uiteraard.

Van het hout bouwde het kind vliegensvlug een fort. Een glijbaan. Een wipwap. Een springplank. Een droom.

 

 

Links:

Stichting Gijsje Eigenwijsje

JW Roy – Dry Good & Groceries

CD De Sint Willebrord Sessies Vol. 1: Sporthuis Hubert

(Opbrengsten t.b.v. Artsen zonder Grenzen)

 

Fotografie: Henk Theuns

 

-