“Emmenez-moi au bout de la terre
Emmenez-moi au pays des merveilles
Il me semble que la misère
Serait moins pénible au soleil.”

 

(Charles Aznavour)

 

(eigen opname tijdens concert)

 

https://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=JGcWD7OKEio

(opname van de website van Aznavour)

 

***

“Misschien lukt hem het.”

We rijden over de E19, vlak over de grens. We zijn in België. Ik heb net mijn moeder gebeld. Ze was zo enthousiast alsof ze zelf mee ging. Naar het Sportpaleis van Antwerpen. Mijn moeder heeft empathisch altruïsme tot kunstvorm verheven.

Ik kijk naar rechts. Naar het stijf naar voren starende gezicht van Anita.

“Misschien lukt hem het.”

Er zit traanvocht bij haar vast. Geblokkeerd. Bevroren haast. Mij is het niet gelukt om het los te weken. En dat moet. Huilen is een noodzakelijkheid, ik omschrijf het altijd als ‘douchen van binnen’.

“Misschien lukt hem het.”

Hem is Charles, door ons liefkozend Charly genoemd. Hij is, met die kleine kinnenbak uit New Jersey, de grootste nog levende live-artiest. Aznavour is dit jaar mei negentig geworden.

’s Avonds bekijk je, om in de stemming te komen, de DVD van Charles Aznavour. Live in Parijs. 1997. Ik bekijk en beluister de muziek door de ogen en oren van Jeremy die niet bekend is met dit Frans-Armeense fenomeen. Daarna de speelfilm La Vie en Rose over het leven van Edith Piaf die Charles Aznavour ooit lanceerde.

Kortom: we zitten er sinds gisteravond “in” en daar kon die zaterdag geen korfbalwedstrijd, Holland op zijn breedst en smalst, ook maar iets aan veranderen.

 

***

 

Het voorprogramma zit erop. Goddank. Een stel geilneven uit Wallonië. Die zanger leek de mannelijke Waalse variant van Mariah Carey. Opzouten met die gelikte troep.


 

Dan gaan de lichten uit. Anita houdt mijn hand vast.

Rechtsonder beweging. Een minuscuul klein menneke loopt de trap op. Hij wordt geholpen. Een twintigtal seconden later staat hij op het podium en plots zie je de artiest. De kwetsbaarheid is op de trap achtergebleven.

2014-11-22 20.48.44

 

Het concert begint met Les Émigrants waarin de woorden Tous Ensemble vaak vallen.

Ik kijk om me heen. Rechts van me Anita. Zij ziet er prachtig uit. Ze heeft voor een stemmig grijs pakje gekozen. En een bontje waardoor haar gezicht altijd de klassieke schoonheid krijgt van filmsterren uit de jaren twintig. De kleuren van haar minimaal aangebrachte make-up doet denken aan de herfst. Precies hoe haar man het hebben wil, want zo werkt een huwelijk met conservatieve patronen nu eenmaal.

Charly praat. Lacht. Maakt grapjes over de autocue. Dat hij die nodig heeft. Dat alle artiesten die nodig hebben maar dat hij de enige is die dat toegeeft. Hij vraagt om begrip van zijn publiek als hij bij tijd en wijle door de knietjes moet als de autocue te snel gaat.

Het concert bevindt zich nog in een onschuldige fase. Hij begint, zo heeft-ie zelf gezegd, met ‘nieuwe liedjes die eigenlijk niemand wil horen’. Heerlijk die zelfspot.

“On plongera dans la passé  plus tard”, zo beloofde Charly, daarmee impliciet zijn handtekening zettend onder een schuldbekentenis.

 

Na een dikke twintig minuten is het prijs en trekt Charly al zijn registers open.

Paris au Mois d’Août. Mourir d’Aimer.

Charly bladert. Iedereen kijkt in zijn of haar fotoalbum mee. Want dat is muziek, goede muziek althans: als een fotoalbum. Weg die drang naar vernieuwing die uiteindelijk vaak een synoniem is voor vernauwing. Gewoon terug naar de bevestiging van vroeger, toen de wereld nog deugde omdat zij helder was.


 

Paris au Mois d’Août en Mourir d’Aimer staan ook op ons repertoire. God weet hoe vaak we deze liedjes repeteerden. Ik zie het groengrijze gezicht van Richard, trekkend aan die accordeon…en stop….en weer stop….de mineur moet een mineur-7….het vermoeide gezicht van Lile, zich nu al zorgend maken of haar tweede stem het morgen, bij het optreden, zal houden.  Als zij zingt trekken haar ogen dicht alsof de wereldpijn haar dan te veel wordt.

***

Als Que C’est Triste Venise begint, kan Anita geen weerstand meer bieden.

Eens in de zoveel tijd moet dat kraantje open.

Het begint met wat gerommel in haar tas. Op zoek naar de zakdoekjes. Die liggen natuurlijk altijd onder mijn autopapieren, onder een zak snoepjes en onder twee volwassen sleutelbossen.

Que C’est Triste Venise. Terug naar de tijd van de Oudejaarsavonden bij Oma. Aan de Spangense Kade. De foto’s uit die tijd zijn Cognac-achtig gekleurd. Dansende ooms en tantes. De ooms hadden enorme bakkebaarden (van echt borstelig haar), de tantes hadden hoog opgestoken coiffures. Que C’est Triste Venise. Met die mandolien. Die melancholie. Die tekst over gestorven liefde. Het lied werd op de crematie van mijn Franse Oma Bermonville gedraaid. Zij wist alles, maar dan ook echt alles, over gestorven liefde. Toch was zij altijd vrolijk.

2009 04 div 023

Ik denk aan mijn moeder die niet zonder vochtige ogen over haar moeder kan spreken. Que C’est Triste Venise is het verhaal van haar moeder. Het doet haar herinneren aan de tijd dat de barre armoedige omstandigheden toen mijn Franse familie naar Rotterdam trok. Mijn moeder die vanochtend zij nog haar boodschappen deed op Winkelcentrum Keizerswaard (ham, brood en koekjes bij de HEMA). Zo werkt dat al een jaar of vijftig, zolang mijn ouders getrouwd zijn, eigenlijk zolang Que C’est Triste Venise zo ongeveer bestaat.

 BERMVL 1956

https://youtu.be/wGtqjmFWxnI

 

Il Faut Savoir begint. Verdomme. Ik besluit maar wat harder in Anita’s hand te knijpen.

Ze heeft het zwaar. Ik hoor haar slikken en sniffen. Ze hapt naar adem.

Het is een optelling. Van ons spannende avontuur op de zaak. De spanningen van de kinderen. Halen ze het examen? Zijn ze warm genoeg gekleed? Passen ze op in het verkeer? Gedragen zij zich netjes? Spanningen van de wedstrijden van de kinderen. De teloorgang van onze korfbalvereniging. Huwelijksproblemen van goede vrienden. En zieke familieleden.

Het zit allemaal als een vuist gebald in Il Faut Savoir.


Ook ik begin te zweten. Nondeju. Il Faut Savoir. In Den Haag ligt op dit moment onze Ome André, de lieve broer van mijn moeder, in het Bronovo Ziekenhuis. Hij heeft vorige week een herseninfarct gehad. Mijn moeder aan de telefoon. Zwaar overstuur. Geen  houden meer aan. Il Faut Savoir. Als een gek met je zus naar je ouders. Om te troosten. Daar stonden ze. Ons op te wachten in het halletje. Bij de dekenkist waarin vroeger de LP’s van Julio Iglesias, Alle Dertien Goed en James Last stonden.

Precies zeven dagen geleden. De angst weer een broer te moeten verliezen. Ontroostbaar waren ze. Il Faut Savoir. Ik omhelsde mijn vader die een keer niet tegenstribbelde. Mijn moeder schonk met trillende hand koffie in.

2008 04 div 1 (11)

Il Faut Savoir is Ome André zonder wie de wereld onmogelijk verder kan.

“Il faut savoir, encore sourire

Quand le meilleur c’est retiré

Et qu’il ne reste que le pire

Dans une vie bête à pleurer”

 

 

Ik denk aan zijn partner Jo en voel dat er een gigantische vloek overdwars vast zit. Ergens tussen tong en strottenhoofd. Jaren geleden bezochten we nog een concert van Aznavour in Parijs. Met Ome André en Jo.

sept 17 cd 004 foto s 036

Met Ome André in Parijs, onderweg naar het Palais des Congrès, voor een optreden van Charles Aznavour

De dag erop bezochten we het graf van Piaf op Père Lachaise. Zwijgend. Onze familie zoekt het verdriet graag op. Daarna stoten we het onmiddellijk weer af. Als een vieze mantel. Omdat we uiteindelijk vrolijke mensen zijn. Allemaal. Stuk voor stuk. Maar als de luiken van het melancholische hart eenmaal open wordt gezet wordt dan brult er een stem in ons hoofd (ZE SMELTEN DE KAZEN!!) en is er geen houden meer aan.

En er is geen houden meer aan.

Want Charly is begonnen aan een slotoffensief. Hier is Hier Encore, het lied dat wij nog live speelden toen mijn vader met pensioen ging. Hier Encore is mijn vader omdat hij, middels de duizenden dia’s en foto’s waarmee hij de familiegeschiedenis heeft gedocumenteerd, almaar in het verleden leeft. Op de koffie bij mijn ouders en geheid dat je binnen vijf minuten een fotoalbum op schoot hebt.

IMG_9196

 

Vanmiddag ging hij naar Halfords, zo zei hij toen ik hem belde, want daar waren spulletjes in de uitverkoop.

“Moet je doen pa”, antwoordde ik hem een brok wegslikkend vanwege het beeld (pa, de aanbiedingenbak bij Halfords en Hier Encore in het vooruitzicht) dat het opriep.

https://youtu.be/6l8cIObZL7E

 

Terug naar de jaren zeventig. Mes Emmerdes. Naar de verjaardagen aan de Bellevoystraat bij Ome René en Tante Pie. Mijn oom en tante die zich al jarenlang zo dapper verweren tegen die haast ongrijpbare ziekte. Wat een respect heb ik voor hun doorzettingsvermogen. Hun zoon Patrick appte me zo-even vanuit de Kuip. Feyenoord-Dordrecht. En komt alles bijeen. Alles! Hier. Toen. Nu. Charly stond op. Mes Emmerdes. Iedereen rookte. Neven en nichten droegen rode sokken.

 

Ome André die sigaretten uitdeelde. Zoals in de dierentuin ijsberen worden gevoed. Tante Lile en Ome Beer vingen de sigaretten op. Appie draaide de LP om. Tante Ineke vertelde een mop. Huilen van de lach. Je kreeg er spierpijn van. Mes Amis, Mes Amours, Mes Emmerdes.


 

https://youtu.be/8VkT_PsSLs4

 

Charly trekt door. Nu ècht door. Les Plaisirs Démodés, in Nederland beter bekend als The Old Fashioned Way. Boven het podium de draaiende glitterbol. Charly neemt ons mee. Naar de tijd dat koppels nog dansten om het dansen. Op de zwoele melodieën van de eeuwige liefde waarin toen nog werd geloofd omdat cynisme pas later, in het volgende millennium, werd uitgevonden.

Anita grijpt naar haar zakdoekje. The Old Fashioned werd gedraaid op de crematie van haar moeder. Wat dansten haar ouders graag op dit lied.

Scan0138

Op het podium eert Charly Huub en Co. Hij danst met zichzelf zoals hij al jarenlang gewoon is te doen op dit nummer. Het is ontroerend. Wij kijken naar een spiegel van onze eigen vergankelijkheid.

Een chique dame op leeftijd op een stoeltje in de arena zwaait met haar kokette hoedje. God weet welke zoete herinneringen dit lied bij haar oproept. Ik draai me om. Achter ons zit een zieke Vlaamse vrouw van een jaar of vijftig. Ze is alleen. Een mooie doek siert haar kale hoofd.

“Ik ben moe…zo moe…”, vertrouwde ze net iemand aan de andere kant van de lijn toe. Ik luisterde stiekem mee en beleefde de eerste liedjes van het concert door háár ogen, háár oren, háár geest.

Charly’s broek is te wijd. Zelfs zijn bretels hangen slap. Het is prachtig omdat het zo echt is.

Zijn bretels zijn onze laatste strohalmen naar vroeger.

https://youtu.be/3x5hNzoBc6E

 

We tollen.

Tollen op de klanken van Emmenez-Moi, het slotakkoord. Het Sportpaleis galmt mee. Waardig. Dit is een ode aan het verleden. Aan hen die ons voorgingen.

31 mei 2014. Hennie huwde Lien. De zaal zat vol verwachting. Het zwaartepunt van de ceremonie lag achter de rug. De ringen waren overhandigd. Alle remmen zouden los gaan bij Emmenez-Moi: de melancholische wals die blij maakt en tegelijkertijd ontroert.

2014-05-31 17.31.50

Emmenez-Moi au bout de la terre…

Emmenez-Moi. Mijn vader die zich niet bewegen kon. Slikkend slikkend slikkend. Om niet te breken. De muziek werd hem haast te veel. En dat beeld van zijn kleindochters als tweede stem, respectievelijk op piano. En mijn moeder die, draaiend met haar heupen en de armen beschaafd omhoog, uit volle borst meezong. Hennie en Lien uitgelaten, bevrijd. Ronald naast me, op bas. Een knipoog. Alles komt goed. Er stroomde een riviertje zweet vanaf zijn hoofd zijn nek in. Emmenez-Moi. Richard met die volmaakte stem, krachtig als een stier. De woorden eruit beukend, opzwepend naar de wals van het refrein. Het refrein dat ik nauwelijks mee kon zingen met mijn dikke droge strot. Emmenez-Moi. We vochten ons een dankbare weg door het lied heen. Ik houd Anita’s hand vast en denk aan alles waar Emmenez-Moi voor stond en staat.

Ik denk aan Oma. Aan Ome André.  Jo. Ome René. Tante Pie. Aan Tante Lile. Ome Beer. Tante Hennie.

Ik denk aan Richard’s moeder die enkele weken te horen heeft gekregen dat de ziekte haar weer heeft getroffen. Ik denk aan Richard’s vader die eergisteren afscheid heeft genomen van zijn broer. Yesterday When I Was Young werd gedraaid, van Charly. Ik denk aan de Alpe-d’Huez die op me wacht.

Maar ik denk vooral aan de bretels van Charly. Ik denk aan strohalmen.

2014-11-22-5

 

2014-11-22-6

 

De terugweg.

Anita slaapt. Ik loog zo-even toen ik haar zei dat er geen mascara was uitgelopen. Want het zit er weldegelijk en staat haar prachtig. Ze slaapt als een vermoeide clown in ruste. Ze droomt. Van She dat haar doet denken aan haar moeder en om die reden een vaste keuze is in haar Top-2000 lijstje.

“She may be the reason I survive.

The why and wherefore I’m alive”

 

De nacht is even zwart als mijn hart aanvoelt. Het was zwaar, verwoestend, fenomenaal, prachtig, onverantwoord, majestueus, hartverscheurend en confronterend.

De feestdagen komen eraan, in januari gevolgd door een reünie met al onze neven en nichten van de Franse tak.

IMG_9264

…Et glou, et glou, et glou, et glou…

Charly heeft ons herinnerd aan de belofte die we elkaar ooit deden:

Als de waanzin en pijn van alledag de overmacht dreigen de krijgen, zullen we op de rem moeten staan. Met een fotoalbum op schoot zullen we rode wijn moeten drinken. We zullen zakdoeken weggooien en we zullen mascara laten uitlopen. We zullen Emmenez-Moi  draaien. We zullen het raam open zetten en we zullen naar buiten moeten brullen:

“WIJ? WIJ SMELTEN DE KAZEN!!”

 

https://youtu.be/NqouQ1o1mUo

 

 

Voor Oma Bermonville  

 

 

-