“To the pure all things are pure” (Puris omnia pura)

                          – Arab Proverb

 

“Dit is toch wel echt?”

“Wij komen van Zuid. We zijn Rotterdammers”, had hij geantwoord.

Al leek het een antwoord op een andere vraag, maar hij snapte haar en zij hem. Meteen.

Impliciet had zij gevraagd waaraan zij deze verlate huwelijksreis verdiend hadden. Expliciet zette hij hen met zijn antwoord terug op aarde, omdat hij angst heeft voor het zweven.

Zij dachten terug aan het begin van hun reis. Niet deze naar India, maar de reis die tweeëntwintig jaar geleden officieel aanving. Geld voor een huwelijksreis was er niet. Op uitnodiging van een Duitse relatie werd het een weekendje Bochum waar in het Starlight Express Theater de gelijknamige musical werd bezocht.

“Weet je nog? Je liep krom van de acute spit in je rug. Geen gezicht.”

Ze liep in een hoek van negentig graden door het grauwe stadscentrum van Bochum. Een fatale cocktail van extreme vermoeidheid, veroorzaakt door de stress van een plotseling te voltrekken huwelijk in combinatie met de spanning die iedere reis kenmerkt, namelijk die van de onzekerheid.

“Ik ga jou gelukkig maken”, zo had het vastbesloten als een missionaris uit zijn mond geklonken.

Gedurende de eerste twee jaar was er bepaald geen sprake van een sprookjeshuwelijk. Zij betrokken een bescheiden maar knusse woning onder de rook van de Kuip waar hij vrijwillig de thuiswedstrijden van de plaatselijke trots bezocht. Vaak kwam hij chagrijnig thuis. Ter compensatie deed hij zich daarna te goed aan liters bier en rode wijn die hij niet zelden in onverteerde status toevertrouwde aan de toiletpot. Het leven van een prins die voor Feyenoord is gaat over de closet, niet over rozen.

Terwijl hij zich het bloed uit de oogkassen werkte in de metaalhandel, verdiende Prinses Anita extra geld met tal van baantjes die zij veelal gelijktijdig uitvoerde. Zo was zij bediende in de catering, verkoopster van haring, elektrisch ontharingsapparatuur en bedrijfsmagazines, kapster, schoonheidsspecialiste (specialiteit voet-, nagel en teenverzorging) en masseuse.

Twee jaar later werd de tijd rijp geacht om de kinderwens in vervulling te laten gaan. In 1996 schonk zij het leven aan Fabienne, een lieve rustige baby die op commando (“Fááábienn’!”) kuiltjes in haar wangetjes lachte. Als zij in bad was geweest kleurde één helft van haar naakte borstkastje rood waarmee het op natuurlijke wijze de kleuren van het Feyenoordshirt aannam.

Om zich volledig toe te leggen op de zorg over baby Fabienne, was Prinses Anita gestopt met werken. Financieel gezien moesten er offers gebracht worden. Voor hem betekende dit een einde aan de voetbalkwelling in de Kuip. Adieu seizoenkaart, welkom glimlach.

Het was vooral Prinses Anita die opoffering tot kunst verhief. Alles werd in dienst van het gezin gesteld. Zij verklaarde zich jarenlang solidair met de wekker van haar man die iedere ochtend om 5 uur afging. Terwijl hij zich gereed maakte voor de dag, smeerde zij trouw zijn boterhammen en deelden zij zwijgend het ontbijt. Om zes uur verliet hij hun woning om rond zeven uur op kantoor in Eindhoven te arriveren. De romantiek moest nog uitgevonden worden.

Nog voor de eeuwwisseling verhuisde het stel naar Rotterdam-Oost waar zij een appartement betrokken. De kleine Fabienne was drie jaar toen haar zusje Estelle het levenslicht zag.

“Ron Wood is geboren”, luidden de eerste legendarische woorden van zijn broer en, eerlijk is eerlijk, het stekelige gitzwarte kapsel van de jongst geborene had inderdaad alles weg van de slaggitarist van de Stones.

Prinses Anita bracht Fabienne en Estelle naar school, haalde ze weer op en luisterde naar hun spannende schoolpleinverhalen. Ze schilderde, knipte, plakte, las voor, overhoorde, corrigeerde, waste, kookte, streek, droogde af, maar deed één ding nooit (maar dan ook écht nooit): verzaken.

De jaren die volgden voltrokken zich in een regelmaat die een gemiddelde monnik niet zou misstaan. Discipline, soberheid, toewijding en duidelijkheid. Aan die deugden hielden zij zich vast. Ondertussen groeiden de kinderen op met de geruststellende gedachte dat Feyenoord nooit meer kampioen zou worden.

Enige dissonanten, toe te schrijven aan Moeder Natuur, vormden het overlijden van haar ouders Co en Huub en het heengaan van Lex die hij altijd als zijn geestelijk vader had gezien.

Zomervakanties werden, zonder uitzondering, doorgebracht op campings in Frankrijk waar hij, merkwaardig genoeg, zijn tijd verdeed door zich per racefiets af te matten op onverantwoord steile berghellingen, bij voorkeur op het heetste deel van de dag. Als verklaard Feyenoord fan en Townes van Zandt liefhebber was deze zelfkastijding bepaald geen verrassing, al bleef het de vraag waar die structurele drang tot zelfvernietiging in hemelsnaam vandaan kwam.

De schoolcarrières van de dochters liepen synchroon met hun korfbalprestaties. Met meer verantwoordelijkheidsgevoel dan van een doorsnee politicus verwacht mag worden, kweten zij zich van hun schooltaken en trainingsverplichtingen zonder ook maar één keer beroep te doen op hun rechten. Hun bescheidenheid was niet aangeleerd, maar genetisch bepaald (namelijk van moederszijde).
Klagen werd niet toegestaan – als het bordje niet leeg werd gegeten, herinnerde hij zijn dochters aan de armoede die hij tijdens zijn reizen aan ontwikkelingslanden had ervaren: de foto DVD ‘Heavy Metals’ lag ter waarschuwing altijd binnen handbereik. 

De enige exceptionele uitspattingen die het gezin zich permitteerde waren de concertbezoeken aan Bruce Springsteen die als kerkdiensten werden ondergaan. In maart 2013 onderging Prinses Anita de katholieke doop en deed zij aansluitend communie. Het kruisje aan haar nek bracht haar symbolisch nog dichter bij de bron, waarvan the Boss een essentieel onderdeel vormde.

‘Drive All Night’ van Bruce was vanaf dag één hun lijflied. Zij had zijn liefde. En hij de hare. Door de wind. Door de regen. Door de sneeuw. En dat dan schreeuwend, zodat het zou echoën tot in de donkerste hoeken van de stad.

Het gezin vormde in haast communistische zin het middelpunt van hun bestaan – tijd of ruimte voor het individu was er nauwelijks, al moest hij erkennen dat alleen híj gaandeweg een ijdele uitzonderingspositie begon in te nemen.

Hij had zijn hele leven lang al geschreven, echter in de marge. Gedichtjes, korte verhalen, songteksten die zich alle kenmerkten in hun hoge pretentieuze gehalte. Een beetje à la Bono avant, pendant en waarschijnlijk après la lettre.

Maar onder druk van de social media, die gaf hij maar wát graag de schuld, trad hij van lieverlee meer en meer naar buiten met zijn epistels. De erkenning voor zijn verhalen groeide in evenredige mate met zijn ego. Het hele gezin, inmiddels uitgebreid met Jeremy (die met zijn intrede verantwoordelijk was voor de vervolmaking van het acrostichon MAFJE), moest eraan geloven:

Prinses Anita kreeg het te horen als mijnheer de amateurschrijver tijdens de voltooiing van een volzin geroepen werd voor het eten dat echter nog niet hapklaar op zijn bordje bleek. Met liefde en zorg voorbereide thee waar een ‘gek smakie’ aan zat (hij wist niet precies wat, maar de thee proefde zoals iemand uit zijn muil kon stinken) werd resoluut teruggestuurd en de pleuris brak uit als zijn keukenprinses vier pannen in één vloeiende beweging in de kast probeerde te kegelen.

Nadat zij een opleiding tot gediplomeerd sportmasseuse succesvol had afgerond, ontwikkelde zij zich tot boekhoudster ten burele van de schrijvende en zelfstandig ondernemende kikker die nog altijd volhardde in zijn weigering prins te worden. De kikker springt nog altijd graag in zeven sloten tegelijk, in de veilige wetenschap dat zijn prinses altijd met een schone handdoek klaar zal staan.

Al mag hij zichzelf, op zich niet ten onterechte, graag zien en etaleren als dé motor van de automobiel die MAFJE heet, zonder de prinses is het een voertuig zonder brandstof, zonder karkas, en vooral zonder rem.
In de praktijk komt het erop neer dat hij uitsluitend het gaspedaal en het stuur bedient, met dezelfde stoere gemakzuchtigheid als waarmee pubers op de kermis hun botsauto’s berijden.

De feministische zaak is bepaald niet aan hem besteed, omdat hij er het nut voor de man niet van inziet. In de dagelijkse huishouding blinkt hij uit in passiviteit omdat hij halsstarrig volhoudt niets te kunnen. Voor het koken van ei (een eenmalige romantisch bedoelde actie ter opleuking van Moederdag) kwam hij uit bij de website www.ei-koken.nl, omdat hij niet wist wanneer water kookte. 

Bloemen meenemen doet hij zelden. Hij geeft zijn prinses wel regelmatig wat-ie noemt een ‘muzikaal bloemetje’: een aparte afspeellijst op iTunes bestaande uit 25 liedjes elk. Vorige week voltooide hij Collectie 160. Dat zijn dus in totaal precies vierduizend liedjes en die vindt hij meer waard dan bloemen, omdat muziek nooit verwelkt.

Hij houdt zich krampachtig aan zijn lijdzaamheid vast totdat zijn prinses ingrijpt en dat moment is onafwendbaar. Het hangt al jaren als het Zwaard van Damocles boven zijn toetsenbord.

En terwijl de kinderen thuis het fort bewaken, dobberen zij nu 6.343 km oostwaarts in een bootje op het Eftelingachtige Lake Pichola van Udaipur, India.
Niets hield ze tegen en niemand houdt ze nog tegen. Het is 28 januari 2016 en dit is hun tweeëntwintig jaar uitgestelde huwelijksreis.

Ze drukt op de pauze knop. Weer vraagt ze zich waaraan zij deze huwelijksreis hebben verdiend. Hij vraagt zich al tweeëntwintig jaar af waaraan hij háár heeft verdiend.

“We begonnen in ons flatje drie hoog aan de Petrarcastraat in Lombardijen. Weet je nog? Onze buurman was een alcoholistische vrachtwagenchauffeur die stal van zijn baas. We pasten op hun hond als hij en zijn vrouw gingen zuipen in de kroeg. En jij ging buiten voetballen met hun zoontje, ter afleiding, als hij zijn ouders miste. En nu heb je me hierheen gebracht. Naar dit prinselijk paleis in India. Ik hoop zó dat mijn ouders dit zien. En Lex. Het lijkt wel een sprookje, Mar. Die van Duizend-en-Eén Nacht”, zegt ze met tranen in haar dankbare ogen.

Gelukkiger heeft hij zijn prinses uit Rotterdam-Lombardijen zelden gezien. De missionaris in hem glimlacht vol trots omdat hij tot dusver niet Duizend-En-Eén, maar Acht-Duizend-Twee-En-Veertig-En-Eén-Nacht lang woord heeft gehouden:

Ze zijn gelukkig.

Hij dankzij haar, zij ondanks hem.


 

 

 

-