“Ik heb een steen verlegd,
in een rivier op aarde.
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.
Ik leverde bewijs van mijn bestaan.
Omdat, door het verleggen van die ene steen,
de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan.”
– Bram Vermeulen

 

 

Voor Bep, Vincent en Maurice

 

‘Op de sterfdag van onze pa wil ik graag met Maurice langskomen om ons verhaal te doen over onze vader. Wil jij dat verhaal schrijven? Ik bel je.’

Na dit telefoongesprek, bezocht ik mijn oud-buurjongen Vincent Wijmans op zijn kantoor. Het was in de winter van 2017. We hadden elkaar zo’n kleine veertig jaar niet meer gezien. Hij omhelsde me, gaf me een rondleiding door zijn bedrijf BeLife en gaf te kennen meer dan “iets” te willen doen voor onze Alpe d’HuZes campagne.

En dus zitten Vincent en Maurice hier vandaag tegenover me. Onwennig maar vertrouwd. Alsof je hebt afgesproken met je oude jeugdliefde. Met mijn ogen tast ik hun gelaten af. Het leven heeft hier en daar wat groeven achtergelaten, de beitel heeft zijn werk gedaan. Er is mooi werk afgeleverd. De vader van Jezus was per slot van rekening niet voor niets timmerman.

Voetballen was de norm aan de Kerstendijk van de jaren zeventig. Vincent en ik waren modale voetballers, mijn broer Edwin was een fysiek sterkere en dus completere voetballer, Maurice was een uitzonderlijk talent:

‘In het hofje deden we met oudere jongens uit de buurt lullopertje. Ik was de lul. Ze tikten de bal rond en ik, dat kleine mannetje, maar lopen. Als ik de bal onderschepte, kreeg ik knikkers. Dat lukte me best vaak ja hahaha…’

In de beginjaren van onze voetbalcarrière bij Overmaas stonden onze vaders Gerard en Wim zij aan zij langs de lijn. Maurice en ik speelden in hetzelfde elftal.

Overmaas (augustus 1978).
Maurice Wijnans zittend derde van rechts, vierde van rechts (met handen op de knieën) schrijver dezes.

 

‘Onze vader is 9 april 1937 geboren in de Ommoordsestraat in Kralingen’, vertelt Vincent, ‘hij kwam uit een groot gezin. Toen de oorlog voorbij was volgde hij de ambachtsschool, maar hij wilde eigenlijk het liefst meteen werken. Hij is nooit een “leertype” geweest. Op zijn vijftiende was hij jongste bediende, dus een soort Ketelbinkie, aan boord van een schip. Dat was, net als de beroemde Ketelbinkie, geen succes. Hij werd zeeziek. Via een baan in de horeca kwam hij bij de gemeente terecht en daar is hij altijd blijven werken. Als stratenmaker.’

 

Gerard “Ketelbinkie” Wijmans (links)

 

Zodra het woord stratenmaker is gevallen, schieten de herinneringen weer terug naar de tegels van de Kerstendijk. Ik besluit een frisse duik te nemen in de poel der nostalgie:

‘In de zomer bakten we aardappeltjes op zelfgemaakt vuur dat we van bakstenen en stoeptegels maakten. In de winter voetbalden we in de sneeuw. Bij ieder sliding hoopte je een onzichtbare hondendrol te hebben geraakt. Die trok mooie sporen in de sneeuw. Mijn dochters spreken soms een beetje geringschattend over Zuid. Maar ik ben nog altijd trots op mijn komaf.’

‘Wij ook Marco, wij ook…’

De tegels van Zuid waren onze wortels. Kom nooit aan onze wortels. Zuid is het stadsdeel waarover schamper wordt gesproken door lui van de overkant, mensen die zich “echte” Rotterdammers noemen, terwijl hét stadion van dé club van Rotterdam (en van Nederland) toch echt op Zuid ligt. We lachen om ons chauvinisme.

‘Veel Rotterdamser dan onze pa kon je ze niet krijgen. Hij was pijnlijk direct en maakte van zijn hart geen moordkuil. “Zo dan weet je ‘t, dan ben ik het kwijt”, zei hij dan. Als hij tegen ons te direct was geweest, excuseerde hij zich naderhand. Alleen bij ons had hij die gewoonte. Mijn God, wat hield die man van ons. Pa was een doener en als stratenmaker in de meest letterlijke zin een man van de straat.’

‘Van ónze straat…’, voeg ik toe, verwijzend naar de Kerstendijk.

 

Klik op een verkleinde foto uit de galerij voor een vergroting

(De foto’s zijn d.d. 23 maart 2018 gemaakt bij de Kerstendijk, waar de gezinnen Wijmans en Hendriks opgroeiden)

 


 

 

Voor het eerst tijdens het gesprek valt er een stilte. Om de spanning wat te doorbreken duik ik terug in de tijd, met een ludiek bedoelde knipoog naar de stoeptegels die aan de basis stonden van het levensonderhoud van het gezin van Gerard Wijmans:

‘Weten jullie nog? Bij de schoenmaker beneden knikkerden we in het hofje. We maakten een potje van gebroken stoeptegels. Langs het hofje reed Lijn 2 naar de Maashaven. We sleepten dode ratten aan hun staart naar de tramrails. Als Lijn 2 dan voorbijkwam, spatte zo’n rattenlichaam uiteen. Overal ingewanden en zo. Daarna gingen we weer doodleuk knikkeren. Wie kennen jullie nog van vroeger?’

‘Wij woonden natuurlijk naast Van Duffelen, Marcel en Richard. En de moeder van Peter Goos van de derde organiseerde die voelbalwedstrijden beneden. Joop Goos, Peters vader, studeerde. Hij had lang en wild haar. Een beetje een hippie. Hij werd later nog directeur van Veilig Verkeer Nederland.’

Straatvoetbal Kerstendijk juni 1979. Zittend hand onder de koon: Maurice. Staand tweede van rechts schrijver dezes.

 

Straatvoetbal Buurvrouwenteam van de Kerstendijk (juni 1979).
Bep Wijmans is doelvrouw!

 

Marco en Maurice bij de cornervlag (juni 1979)

 

Toernooi bij Fortuna Vlaardingen (juni 1979). Links Joop Goos. Midden Gerard Wijmans, naast hem mijn broer Edwin

 

We lachen weer. Onze herinneringen zijn even veilig als de intenties van Joop Goos.

‘Goos was bepaald niet de enige met brains Maurice….jij kon niet alleen goed voetballen…je kon uitstekend leren….en schaken…’

‘Klopt’, lacht Maurice verlegen, ‘je doelt op die Herdersmat hè?’

Hij weet zich geen houding. Een Rotterdams dingetje, niets ernstigs. In onze geliefde hoofdstad weet men wel raad met de erkenning van eigen talent. Ze vullen er decennia lang op schaamteloze wijze TV programma’s mee. Het wordt Nederland door de strot geduwd. Zoals ganzen in de Périgord te eten krijgen.

‘Jij kon schaken Maurice, ik niet. Ik wist wat een schaakstuk mocht en niet mocht, meer niet. Eén keer gingen we bij jou thuis schaken. Je moeder had 3S limonade voor ons in geschonken, van de Vivo beneden. In vier zetten was ik schaakmat gezet. Dat noemden ze de Herdersmat, zei je, die had je op school geleerd. Het was voor de eerste keer dat ik me realiseerde dat die vernedering naar meer smaakte. Bij het lullopertje was ik ook het liefste de lul, zinloos rondjes rennen, zoals een lama doet in de piste van een campingcircus in Frankrijk. Het interesseerde me geen reet of ik de bal zou krijgen. Precies zoals ik vandaag de dag nog wielren. Het eindresultaat heeft me nooit geïnteresseerd.’

Vincent en Maurice lachen wat ongemakkelijk om deze pijnlijke bekentenis. In hun voetbalwereld, ofwel de “normale” wereld, draait immers alles om winst en verlies. En om steken onder water, voetballers eigen.

‘Ik was vorige week nog in Amsterdam’, zegt Maurice, ‘op een cursus beeldhouwen. Eén fotootje op Facebook was genoeg. Wanneer ik mijn bouwsel door de ramen van de Arena ging gooien en zo hahaha. Terwijl ik er eigenlijk was om een mooie steen voor de as van mijn vader te maken…’

 

 

Het brengt ons terug in het heden. Het heden heeft drie jeugdvrienden bijeengebracht. Ze hebben alle drie een hengel vast en vissen in de vijver van het verleden. Vroeger gooiden we stenen naar de eenden in de vijver van de Kerstendijk. Er bestond nog geen Partij voor de Dieren.

‘De ouders van Gerard waren goed bevriend met de ouders van Greetje, de beste vriendin van mijn moeder Bep. Ergens eind jaren vijftig werd een verjaardagsfeestje gevierd. Greetje en Bep moesten tegen hun zin mee, ze wilden liever uit. Gerard ging ook …’, vertelt Vincent.

‘…liefde op het eerste gezicht…’, vult Maurice aan, ‘weet je nog op de laatste dag Vin….in het ziekenhuis…wat pa toen zei tegen ma…ik hoorde alles….woord voor woord en eh….’

De broers kijken elkaar niet aan. Hun blikken kruisen elkaar op de glazen salontafel waar hun koppen koffie koud staan te worden en hun glazen water warm.

‘Pa was 21, ma een jaar of 17. Hij vroeg ma ten dans. Ze waren niet bij elkaar weg te slaan, volgens Greet.’

Cupido had met scherp geschoten. Gerard Wijmans was gevallen voor Bep Siebkes, geboren 18 oktober 1941 aan de Dirk Smitstraat in Crooswijk. Bep is het nakomertje van het gezin Siebkes en wordt dus verwend door haar ouders, broers en zussen.

‘En dat heeft pa voortgezet’, zegt Vincent met een glimlach, ‘er kwam ma niets tekort. Haar vader, Opa Harry, zou zijn allerbeste vriend worden. Hij woonde in het bejaardenflat op de Huniadijk, je weet wel Marco, tegenover de Kerstendijk.’

 

Opa Harry drinkt een biertje met schoonzoon Gerard

 

De Kerstendijk. We deden er niets anders dan voetballen. Op de Endeldijk, aan de overkant van het plein waar het op donderdag markt was, woonde Mike Snoei, vandaag de dag hoofdtrainer van Telstar. Mike was de ster in de buurt. Hij speelde bij Feyenoord en kon een bal hooghouden op zijn hoofd terwijl hij ons vroeg hoe het op school ging. Bij het poten koos hij of Maurice of mij, om en om. Iedereen wilde bij Mike horen. Begin jaren ’80 stapte Maurice over van “ons” Overmaas naar Feyenoord:

‘Pas toen ik naar Feyenoord ging, voelde ik hoeveel angst tegenstanders voor ons hadden. Door die shirtjes denk ik. Wij waren er zelf niet bewust van. Wij waren ook maar jongetjes die voetbalden met de droom ooit in de Kuip te kunnen spelen.’

Het leven weet wel raad met onze jeugddromen. God laat de dromen als ballonnen los, de duivel schiet met scherp, gierend van de lach. Mefisto ziet het leven als een schiettent op de kermis. Slechts een enkele ballon brengt het er levend vanaf. Tot overmaat van ramp claimde Marco Borsato het alleenrecht op het thema dat de meeste dromen bedrog zijn. Hij kon bakken geld op zijn rekening bijschrijven en liet ons alleen achter met zijn wanmuziek.

Op 21 maart 1963 trouwt Gerard Wijmans de liefde van zijn leven Bep Siebkes op het Stadhuis aan de Coolsingel. Het stel betrekt een woning aan de Messchertstraat in Rotterdam-West. Op 11 september 1966 wordt Vincent geboren, vier jaar later volgt op 15 september 1970 Maurice. Het gezin is compleet. Gerard beschouwt het als zijn levenswerk en neemt zich voor de jongens alle steun, aandacht en liefde te geven die hij zelf in zijn naoorlogse jeugd zo te kort kwam.

 

‘Pa was toen al een enorme Feyenoordfan. Op 6 mei 1970, welke Feyenoorder kent die datum níet, wilde hij mee naar Milaan. Ma was niet blij…ze was immers zwanger van Maurice hahaha…’

De liefde voor de club gaat diep bij Feyenoorders. Intens diep. Stel ze dan ook nooit de “stel je moet kiezen tussen…” vraag. Omzeil die vraag. Verleg het onderwerp. Dat is beter. Als jeugdspeler van Overmaas wilden wij evenwel niets liever dan winnen van onze grote buurman Feyenoord.

‘Ach, wij waren iedere wedstrijd kansloos tegen jullie Maurice’, zeg ik, ‘maar één keer speelden we gelijk. In de Asterlo-hal op de Slinge, weet je nog? Ik maakte de gelijkmaker. Een omhaal, kiezelhard in de kruising. Jij kwam na de wedstrijd nog naar me toe om me te feliciteren. Ik kreeg een vaantje voor het mooiste doelpunt van het toernooi. Daarna gingen we boodschappen doen op de Keizerswaard. Ik bleef in de auto wachten op mijn ouders. Op de achterbank luisterde ik met mijn ogen dicht naar de radio. Henk Mouwe van de NCRV draaide Property of Jesus van Bob Dylan. Ik kon wel janken van geluk. Het was 1981. Ik was elf.’

 

‘Schiet me ineens te binnen, misschien ken jij dit verhaal helemaal niet Maus,’ zegt Vincent plotseling, ‘maar op de dag van jouw geboorte werd ik naar de buurvrouw boven gestuurd. “Ga maar bij het raam kijken of je de ooievaar al ziet”, zei ze. Dat deed ik dus. Urenlang. Totdat ze kwam vertellen dat mijn broertje was geboren. Ik snapte er niets van en begon te huilen, want ik had helemaal geen ooievaar gezien hahaha…’

Vincent en Maurice kijken elkaar aan. Ze lijken op elkaar in de verschillen en verschillen van elkaar door de gelijkenissen. Ze kennen elkaar feilloos, vullen elkaar aan, respecteren elkaar, houden van elkaar, kennen geen jaloezie en kunnen niet zonder elkaar.

‘Maurice is een goedzak’, zegt Vincent’, hij doet alles voor iemand. Hij zou wel eens wat assertiever mogen zijn, want soms gaat hij kopje onder in zijn zorgzaamheid voor anderen.’

 

 

Het gezin Wijmans (mid jaren ’70)

 

Begin jaren ’70 verhuist het gezin Wijmans naar de Kerstendijk op Rotterdam-Zuid. Het gezin Hendriks woonde er al sinds 1964, op de derde etage:

‘Jullie woonden op de tweede, aan de lange kant. Ed Kuipers woonde ook op de tweede, maar aan onze korte kant. Hij is nog altijd een van mijn beste vrienden. Zijn pa, onze Ome Jan, woont er trouwens nog. Alle flats gingen in de loop der jaren tegen de vlakte, behalve het flat aan de Kerstendijk, dat staat er gewoon nog. Bizar toch. Onze jeugd is ongeschonden. Ik mag graag bier drinken met Ed. Veel bier.’

‘Op de vierde aan de lange kant woonde ook Peter Moonen. Zie je die nog wel eens?’

‘Ja man! Peter van de vierde was getrouwd met Diana, de zus van mijn Anita, en is de vader van onze nicht Laura en neef Lucas. We zien hem nog regelmatig ja. Ik mag graag bier drinken met Peet. Veel bier hahaha!’

Ook Gerard mag graag een biertje drinken, na het werk als stratenmaker. Hij komt thuis, pakt een douche, trekt een biertje open, rookt een shaggie en gaat aardappelen schillen om Bep te helpen. Hij klust die jaren volop bij. Hij legt graag tuintjes aan bij familie en vrienden. In het weekend bekijkt hij de wedstrijden van zijn jongens bij Overmaas en Feyenoord.

Bep (tweede van rechts) en Gerard (uiterst rechts).
Mijn moeder Raymonde Hendriks links, naast haar mijn zus Liliane.
(Foto augustus 1978)

‘De gezondheidssituatie van Maurice was wel “een dingetje” bij ons’, zegt Vincent. ‘Hij had die tijd last van epilepsieaanvallen. Ik moest altijd op mijn broertje letten, zo angstig en bezorgd waren pa en ma. Dat zit er nu nog steeds in. Ik zal altijd op hem passen.’

Maurice slikt en glimlacht. De jongens gingen naar school die De Pit heette. Het ging ze allemaal makkelijk af. Ze herinneren zich de tafeltenniswedstrijden tegen de leraren, de winnaar kreeg koekkruimels van de markt. ‘Daar leerde ik ook schaken Marco…die beruchte Herdersmat weet je wel hahaha…’

Met speels gemak halen beide jongens hun VWO-diploma op de Van Oldenbarneveltschool.

‘Ik ken Ruud (Maaskant, mh) dus niet alleen van Overmaas, maar ook van De Pit en van de Oldenbarnevelt. Ik ben pas bij hem geweest – wat een onwijs bedrijf heeft hij. En nu is hij jouw teamgenoot bij Alpe d’HuZes….ik ben trots op jullie!’

Gerard en Bep zijn apetrots op hun jongens. Het gezin Wijmans verhuist begin jaren tachtig naar de Tonnekreek en later verhuizen Bep en Gerard naar de Tiesselinswaard, het gezin Hendriks belandde via een kort mislukt avontuur in Spijkenisse in de wijk Kreekhuizen. Het contact tussen de gezinnen verwaterde tot deze maandag 12 maart 2018, de sterfdag van Gerard Wijmans.

 

 

‘Maurice voetbalde professioneel bij Feyenoord en vertrok toen naar Willem II. Ik ging vooral stappen. Van pa kreeg ik soms centjes mee als ik krap bij kas zat en hij haalde me op als ik geen vervoer had. Ook diep in de nacht ja. Nooit een probleem.’

Maurice keert terug van Tilburg naar Rotterdam. Hij gaat Economie studeren aan de Erasmus Universiteit waar Vincent af zal studeren als bedrijfsjurist. De broers studeren, stappen en feesten gezamenlijk. In een zaalvoetbalteam vernederen ze de ene na de andere tegenstander. Het leven kent geen zorgen, want alle studiekosten worden vergoed door Gerard en Bep.

‘Pa kon zó trots naar ons kijken. Maar het leren ging ons gewoon gemakkelijk af. Is dat een prestatie? We waren juist zo trots op hém. Toen hij zijn afscheidsbrieven aan ons schreef, moest ma ze nog nakijken op taalfouten… dat vertelde ze ons onlangs…’

 

 

Vincent begint zijn maatschappelijke carrière in de zorg. Hij studeert fysiotherapie, loopt stage in verpleegtehuis Antonius, maar komt na afronding van zijn studie Rechten uiteindelijk via tal van banen (Stad Rotterdam Verzekeringen, Elsevier en als zelfstandig ondernemer) terecht bij BeLife, een organisatie die medische specialistische revalidatie aanbiedt en de fysieke en mentale fitheid van werknemers en (top)sporters verbetert.

Ondertussen probeert Maurice zijn passie voor het voetballen te combineren met een maatschappelijke loopbaan. Na Willem II voetbalt hij voor Heerjansdam, Sportclub Feyenoord en Zwart-Wit ’28. Ook hij vindt emplooi bij Stad Rotterdam Verzekeringen en later bij de Rabobank. Privé is hij aanvankelijk minder succesvol want na anderhalf jaar ziet hij zijn huwelijk gestrand. Maurice begint in 2004 zijn eigen bedrijf in de financiële dienstverlening. In 2006 start hij een nieuwe onderneming in mediation en sinds een dik jaar is hij tevens personal trainer bij Fit20 waar hij collega is van de dochter van zijn boezemvriend van weleer, te weten mijn dochter Fabienne. Zo bizar kan het leven lopen. Hij die in toeval gelooft, heeft boter op het hoofd, zo zegt Fabiennes vader vrijwel dagelijks. Intussen woont Maurice al jaren samen met zijn jeugdliefde Saskia Siwoeh in Bergschenhoek.

‘Dianne van Gammeren studeerde in hetzelfde jaar af als ik’, legt Vincent uit, ‘ het was liefde op het eerste gezicht. Er kwam een eind aan mijn wilde staptijd. We verhuisden al snel naar haar ouderlijke huis in Werkendam. Kozakken Boys is, naast Feyenoord natuurlijk, echt mijn cluppie geworden. In 1998 zijn we getrouwd. Op 15 november 2006 schonk zij het leven aan onze zoon Ivan, het enige kleinkind van Gerard en Bep.’

 

 

 

 

Kleinzoon Ivan wordt Gerards achilleshiel en valhelm tegelijk. Achilleshiel omdat hij al week wordt als hij naar Ivan kijkt (“ik ga hem verwennen, opvoeden doen jullie maar”) en valhelm omdat hij besluit onmiddellijk te stoppen met roken. ‘Hij was met zijn shag sowieso al naar buiten veroordeeld door ma’, zegt Vincent, ‘want onze moeder heeft COPD.’

Niet zijn longen, maar zijn rug vormde aanvankelijk het grootste probleem. Een straatmakerskwaal, niets zorgwekkends. Na twee operaties was hij voor lange afstanden veroordeeld tot een rollator. In januari 2015 begint Gerard bloed op te hoesten. Hij gaat met Bep naar het Maasstad Ziekenhuis. Pas als de uitslag van de foto bekend is (“een vlekje”), worden de jongens geïnformeerd. Ze rijden halsoverkop naar hun ouders. Maurice vertelt:

‘Bij binnenkomst huilde mijn vader. Ik hield hem minutenlang vast. “Je bent toch niet boos dat ik niets had gezegd?”, vroeg hij me. “Welnee!”, antwoordde ik hem.’

Weken vol spanning volgen. Gerard voelt iets (“het is erger dan we denken”), Bep en de jongens leven tussen hoop en vrees in het gebied dat Niemandsland  heet. In Niemandsland groeit niets, in Niemandsland bloeit niets. Niemandsland biedt geen troost. In Niemandsland ben je op jezelf aangewezen. Je mag er kijken naar de vingers van je handen, je mag toezien hoe de vingers zich biddend ineenslaan, de Goden verzoekend dat er geen uitzaaiingen zullen zijn.

Het is februari 2015. Daar zit het gezin Wijmans, in slagorde recht tegenover de longarts van het Maasstad Ziekenhuis. Gerard en Bep voorop, vlak erachter hun zonen Vincent en Maurice. We voelen het hart bonken. Het hart dat eruit wil. Dwars door het borstbeen heen. De longarts meldt dat er geopereerd gaat worden. De jongens roepen iets van Yes!, bedanken de dokter en verlaten de kamer van de arts. Ze lopen zwijgend achter hun ouders. Ze staren naar hun krom gebogen ruggen. Daar lopen ze. Bep en Gerard. Door de gangen van het Maasstad Ziekenhuis. Hand in hand.

 

 

25 februari 2015. Het gezin Wijmans zit bijeen. Bep durft niet naar de telefoon te kijken. De jongens evenmin. Gerard ligt onder het mes. “Eruit met die tumor”, had hij strijdvaardig gezegd. Als de telefoon gaat springt Bep overeind. Maurice pakt op. De operatie is geslaagd. Alles is schoon. Ook de randjes ja. Die middag komt Gerard alweer bij. Hij durft voorzichtig te lachen, ondanks de zware hinder die hij ondervindt van een drain die ongewild lucht verschaft tussen zijn huid en zijn organen.

‘Hij leek wel een Michelinpoppetje, zó opgezwollen was hij. Hij had zelfs geen zicht meer en vroeg regelmatig wat er om hem heen gebeurde als hij iets hoorde. We konden op een gegeven moment onze lach niet meer inhouden en hij gelukkig ook niet. Tranen met tuiten lachten we ondanks de ellende die hij door maakte… dat was pa ten voeten uit…’

Er volgt een bestralingsperiode van twee maanden in “de Daniël” (de voormalige Daniel den Hoek kliniek, thans het Erasmus MC te Rotterdam, mh). Gerard loopt met een rollator, Bep loopt onafscheidelijk naast haar man. Ze zijn positief gestemd. Bij voetbalvereniging ROGA stond hij al te boek als een rücksichtlose rechtsback – precies met zo’n teckel zou hij nu de tumor te lijf gaan.

‘In de zomer van 2015 zijn we naar Chiclana in Spanje op vakantie gegaan met de hele familie. Wat hebben we genoten. Pa was de hele dag in de weer met Ivan. We kaartten, dronken een biertje, genoten van de zon, van de warmte, van elkaar. En God, wat hebben we er vreselijk gelachen…Ivan heeft het er nóg over soms…’, herinnert Vincent zich die vakantie als de dag van gisteren. Iedere keer als de naam van zijn zoon valt, maakt zijn stem een sprongetje. Dat doet het middenrif, een tamelijk onderschat deel van het menselijk lichaam. Het middenrif bepaalt het ritme van het gemoed. Het laat ons lachen om André van Duin, het maakt ons wee als Gerard Cox en Joke Bruijs ons vanuit de Oasebar toezingen en het maakt ons weerloos als de namen van onze dierbaren vallen.

Robotten hebben geen middenrif.

 

Ivan, Gerard, Vincent en Bep (zomer 2015, Spanje)

 

Ivan bij Opa Gerard

 

 

Proost! (Gerard, jeugdvriendin Greet en Bep) in Spanje

 

Maurice keert eerder met zijn ouders terug naar Nederland. Het noodlot blijft Gerard achtervolgen. Op winkelcentrum Keizerswaard wordt hij, gezeten in zijn scootmobiel, aangereden door een auto. Hij schrikt zich te pletter. Ondanks de hevige pijn aan zijn rug, wil hij perse met Bep op vakantie naar Benidorm. Het is november 2015. Maar de pijn in zijn rug is zo hels, dat zij eerder moeten terugkeren naar Nederland. Natuurlijk wordt een verband gelegd met de onfortuinlijke aanrijding bij Keizerswaard. De kanker houdt zich ondertussen schuil. Hij heeft zich vermomd, zoals het vervelende neefje je de stuipen op het lijf kon jagen als hij plotseling achter je opdook, altijd op een onverwacht moment. De vermomming is, eerlijk is eerlijk, een specialiteit van de duivel.

 

 

In de eerste week van januari 2016 gaat Gerard naar het ziekenhuis om een “probleempje” aan zijn rug op te lossen. Fotootje, niks aan de hand. “Hevige nachtelijke pijnen”, schrijft de arts in zijn dossier. Gerard, Bep, Vincent en Maurice weigeren nog altijd een relatie te leggen met kanker. Het idee komt eenvoudigweg niet op. Het was de aanrijding. En zijn knielend werk als stratenmaker.

‘Achteraf gezien bizar’, zegt Vincent. Het klinkt als een bekentenis, maar dat is het allesbehalve. Berouw komt na de zonde, maar liefde is geen zonde. Liefde maakt blind. Ook voor de waarheid. En het is nu tijd voor de waarheid. Er is geen ontkomen aan. De duivel heeft zijn messen geslepen. Lachend. Hardop lachend. “Ik kijk in de ogen van de dood”, zou Gerard hebben gezegd tegen zijn spiegelbeeld. Welkom op de filmset. Mefisto is de regisseur van de hoofdfilm van vanavond. Gaat u rustig zitten. “Ik maak het niet lang meer Beppie”, zegt Gerard als de arts heeft medegedeeld dat er uitzaaiingen zijn gevonden op de bekken en op de ruggenwervels. Om het acute risico van een dwarslaesie in te dammen, volgen onmiddellijk bestralingen. In de pijnbestrijding gaat Gerard van de kaart. Hij begint te hallucineren. “Wat doet die gozer hier in de kamer?”, vraagt Gerard aan zijn zonen, wijzend op de kapstok in de hoek van de kamers. Bep en de jongens lachen. Ze lachen om niet te huilen.

‘Pa mocht weer naar huis om wat aan te sterken. Na een onschuldig griepje moest hij als de sodemieter naar het ziekenhuis. Hij kreeg het zo benauwd…het was vreselijk om aan te zien, om aan te horen… een horrorfilm was het’, zegt Vincent.

‘Angst kende hij niet. Hij was stoer. Flink. En bleef lachen. Wat een man…’, stamelt Maurice, ‘hij kon niet meer staan van de pijn in zijn arm die thuis gebroken was. Het bungelen van zijn arm gaf natuurlijk helse pijnen, maar tóch stond hij, die bikkel. Hij verbeet de pijn. Hij wilde meer dan een leven in een rolstoel of ziekenhuisbed…’

Stilte.

We weten wat er gaat komen. De laatste weken worden de laatste dagen, de laatste dagen worden de laatste minuten, de laatste minuten worden de laatste seconden. Het leven heeft zich in een staafmixer gewurmd…. de staafmixer heeft voor Gerard Wijmans bijna 79 jaar op volle toeren gedraaid. Zijn leven heeft zich nu in een trechter laten trekken. Hij is uitbehandeld. Het is goed zo. Hij vraagt zijn jongens om vergiffenis. Hij kán niet meer. “Wij zijn trots op jouw beslissing pa”, klinkt het eensluidend uit de monden van de jongens.

Vrijdag 11 maart 2016.

Bep en Maurice verblijven bij hun vader in het Maasstad Ziekenhuis. Vincent slaapt in een belendende kamer. Maurice kan de slaap niet vatten en hoort zijn ouders tegen elkaar praten. Ze herhalen hun huwelijksgeloften. Maurice volgt het gefluister van zijn ouders woord voor woord. Hij plant zijn tanden in zijn hoofdkussen zodat zijn ouders hem niet horen snikken.

‘Beppie… jij bent altijd mijn meissie geweest. Dat voelde ik al op dat verjaardagsfeessie waar Greet ook was en ik jou voor de allereerste keer zag. Ik wil je bedanken Bep. Voor je liefde. Voor je zorg. Je was er altijd voor me. En dank dat je het leven hebt geschonken aan onze jongens Vincent en Maurice. Er is niets op de wereld waar ik meer van gehouden heb.’

 

 

 

In de nacht van vrijdag op zaterdag slaapt Gerard Wijmans te midden van zijn dierbaren in. Schaakmat.

‘Het was enorm druk op de crematie. Familie, vrienden van de voetbal, van zijn biljartclub, van de kaartclub. Niet normaal meer. Enorm veel bloemenkransen en boeketten omgaven zijn kist. Maurice had mijn vader een afscheidsbrief gegeven. Die heeft hij aan hem voorgelezen.’

‘Dat wilde ik perse toen hij nog in leven was’, vult Maurice aan. De tranen rollen nu over zijn wangen, maar hij spreekt bedeesd door, ‘ik ben geen type om in openbare ruimtes te spreken. Dat kan Vincent goed. Wát een toespraak hield hij voor onze pa….’

‘En Ivan ook….zelf geschreven hoor die gozer’, stamelt Vincent. De woorden komen nu ook bij hem in horten en stoten eruit. Het is de driehoek Opa-Vader-Zoon, Gerard-Vincent-Ivan, die hem de adem ontneemt. Het verdriet heeft zich genesteld in het strottenhoofd, waar liefde nu onmiddellijk lucht moet gaan verschaffen. ‘Als Ivan mij later herinnert zoals ik mijn vader nu herdenk, dan heb ik het goed gedaan’, klinkt het alleszeggend uit de mond van Vincent. Hij neemt een slok water en dept met een tissue de tranen van zijn wangen. Ik vloek plaatsvervangend, mijn specialiteit, zoals ik ook bedreven ben in het vloekend beklimmen van Alpe d’Huez… donderdag 7 juni 2018 is het zover.

Gerard is alle tranen van de wereld waard. Hij was de man die de richting bepaalde. Hij gaf gas als de situatie daarom vroeg maar ging ook op de rem staan als hij dat noodzakelijk achtte. Postuum wordt hij geroemd om zijn opofferingsgezindheid, zijn humor, zijn gevoel voor rechtvaardigheid, zijn trouw en zijn onvoorwaardelijke steun aan zijn vrouw, zonen, kleinzoon en schoondochters.

Tegen zijn levenswijsheid kon geen universitaire studie op. De échte levenslessen kregen Vincent en Maurice namelijk van de man van de straat, de man van onze straat, de man die hun levensweg eigenhandig plaveide…tegel voor tegel.

Als stratenmaker legde hij stenen, als mens heeft hij een steen verlegd.

 

 

 

***

 

Vincent en Maurice ondersteunden mijn Alpe d’HuZes campagne al in 2016, enkele maanden na het overlijden van Gerard. Twee jaar later, anno 2018, willen zij wederom de dood wreken door onze missie te ondersteunen. Aan den lijve ondervonden zij de slopende werking van kanker. Ook zij geloven in het thema Niets Doen Is Geen Optie: alleen met eendracht, hoop en geloof in het goede kan kanker een hak worden gezet. Het onderzoek naar kanker mag niet stoppen.

Ondersteun jij net als Vincent en Maurice de campagne? Doe dan een donatie op deze link!

In de naam van Gerard Wijmans, wiens naam wij vol respect uitspreken, en mede namens zijn familie: dank voor uw steun!

 

Alle liedjes, behoudens De Steen van Bram Vermeulen, die in dit Blog gedeeld zijn, zijn gedraaid tijdens de uitvaart van Gerard.


Grote dank ben ik verschuldigd aan Vincent en Maurice voor het vertrouwen en de medewerking.

 

 

 

 

-