Een Blog over geloven onder de A16

“I’m not a stranger
in the hands of the Maker”

Daniel Lanois – The Maker

 

“Twee stokken. Uit het Kralingse Bos. En daarop een Jezus van klei!”

Als Fabienne Jezus zegt, klinkt het zo Rotterdams dat je eerder aan een vloek denkt (zo een die je ontglipt als je de badkamerdeur te snel opendoet en hij net je kleine teentje raakt) dan aan onze Voorganger.

Fabienne heeft huisvredebreuk gepleegd met een nieuw idee. Dat gebeurt wel vaker. Er gaat geen dag voorbij dat Fabienne géén nieuw idee heeft.

Ik las een tijdschrift, de Officiële Tour de France Gids van Procycling om precies te zijn, eigenlijk las ik hem niet, ik bekeek minutenlang het gezicht van Robert Gesink en zocht aandachtig naar de sporen van een winnaar op zijn gelaat, en keek niet van het blad op. Zoals gezegd, Fabienne heeft wel meer ideeën. Minstens drie per dag.

Estelle zat spreekwoordelijk op haar iPad. Anita was in de keuken bezig. Jeremy zat achter zijn laptop.

Fabienne liep rood aan. Van opwinding. Dat gebeurt ook wel vaker. Er gaat geen dag voorbij dat Fabienne niet van opwinding rood aanloopt nadat ze een nieuw idee gelanceerd heeft.

Met mijn “wat nu weer” gezicht keek ik het arme kind aan. Ik ben er altijd voor mijn kinderen, maar wel op de momenten dat het mij uitkomt.

“Pap. Luister. De opdracht voor school luidt ‘interactie of participatie met de medemens zoeken in de openbare ruimte’….dus….snappie?”

Erg enthousiast werd ik er niet van. Ook niet na deze toelichting. Wat een vage opdracht. Echt weer iets voor zo’n Kunstacademie. Die studenten met een wazig kluitje het riet in sturen en daarna afbranden die hap. Opdracht niet goed begrepen.

Mijn wijlen schoonvader Huub, een haringventer, was een koning in de “interactie met de medemens in de openbare ruimte”. Hij gaf een Amsterdamse klant ooit op een haar na een rechtse directe toen-ie zijn haring in stukkies geserveerd wil hebben. Ga maar in Mokum halen, je haring in stukkies. Dat was nog eens “interactie met de medemens in de openbare ruimte”.

Ik zag geen thee in Fabienne’s plan en dat was dan weer wel nieuw. Bovendien vond ik Fabienne te enthousiast praten en dit gaat niet alleen ten koste van de rust in het huis, maar ook van haar retoriek.

“Snap je?”

“Ik snap het volgens mij wel schat…. maar ‘kweenie…”

Zo’n kweenie opmerking kan funest zijn voor Fabienne’s creatieve brein. Dus oppassen nu. Ik kan haast niet anders dan al haar ideeën moreel ondersteunen, soms met een leugentje om bestwil, want tegen haar hulpeloze blik kan ik me niet wapenen. Ze kan zo vol van iets zijn dat ze voorbij gaat aan de mogelijkheid van kritiek, laat staan afkeuring.

“Wat nou ‘kweenie’?”

“Ja Jezus…ik bedoel…. een Jezusbeeld….op het kruis….onder de A16?”

Op zich heeft de A16 voor mij wel enige Rock & Roll waarde. Meer dan de A15. Want die gaat naar Hardinxveld-Giessendam en naar meer van dat soort griezelig gristelijke dorpen waar je op zondag op je racefiets doorheen sjeest en je de afkeurende blikken van de zwarte-kousen-gemeente in je Roomse rug weet, omdat zij menen te weten dat God niet wil hebben dat je op zondag fietst.

De arrogantie. Wie zijn ze dan? Wie bepaalt dat ik niet zou mogen fietsen op zondag? Waar staat dat in de Bijbel, Gij zult niet fietsen op zondag? Nou?

Leven en laten leven. Bidden en laten fietsen. Da’s het motto.

Goed, ik heb dus niets met de A15.

De A16 belichaamt daarentegen de drang naar vrijheid. Naar het zuiden dus. Want na Dordrecht volgt Breda. Het prachtige katholieke Brabant dat al eeuwen geleden de kleur van kastanjes heeft aangenomen. En van cognac. Het ruikt er naar verse kersen. En het bier smaakt er anders. En volgens Guus brandt er nog licht. Is een tikkie overdreven hoor. Ik liep ooit urenlang door nachtelijk Eindhoven met de boys van Jordex op zoek naar een kroeg, godverdomme alles gesloten, en een godverlaten dorst dat we hadden…

Maar dat is wel wat de A16 je belooft. Via Brabant en België de open weg naar Frankrijk, het uiteindelijke doel van alles. Via Hem.

En daaronder, onder die A16 dus, onder het viaduct van de Prinsenlaan, waar de automobilisten boven niet eens weet van hebben als zij dit punt passeren, in beide richtingen omgeven door kunststof wanden met wegkwijnende graffiti, op kilometerpunt 17 met, rijdend van noord naar zuid, aan hun rechterhand het Kralingse Bos en aan hun linkerzijde wat onbeduidende hoogbouw dat de woonwijk Rotterdam-Prins Alexander moet voorstellen, daar dus, dáár wil Fabienne haar altaar bouwen.

 

 

***

 

“Is Jezus nog heel of gebarsten?”

Al dagen is mijn werkkamer op kantoor onbereikbaar omdat Jezus er ligt te drogen. Gisteren bekeek ik Hem een poosje. Qua anatomie moest ik meteen aan Joop Zoetemelk denken. Dun. Iel. Tanig. Pezig. Maar niet broos. Eerder taai. En vastberaden. Fabienne had de Jezus geschapen die na veertig dagen banjeren door de woestijn nog altijd Zijn waardigheid had behouden. Alleen de gele trui ontbrak.

Op vrijdag 19 juni 2015 verliet Hij ons kantoorpand. Anita tilde met Fabienne de kwetsbare Jezus in haar auto. Bij de Piekfijn (Het leukste 2ehands warenhuis van Rotterdam!) heeft Fabienne twee tafeltjes op de kop kunnen tikken. Anita heeft bij de Action (het beroemde bedevaartsoord voor financieel kanslozen op zoek naar nog meer rommel èn voor de kapitaalkrachtige consumenten met verstand) kaarsjes gekocht ‘die altijd branden’. Nep theelichtjes dus. Voor €0,92 per stuk.

‘Er is geen klasse. We zijn het leven moe.’ Ze bleven in mijn kop rondzingen, deze woorden van Raymond van ’t Groenewoud, toen ik de trieste plastic zakjes met daarin de nep theelichtjes van de Action zag liggen, bovenop de twee tafeltjes van de Piekfijn, op kantoor, in het halletje onder de trap, vlak voor de grijze afvalbak van Van Happen.

Troostelozer kon niet. Dit kan Hij nooit bedoeld hebben.

Ondertussen rijd ik in Limburg met klanten uit India rond. Limburg, de provincie van de lach. Van bier. Van smeergeld onder de tafel. Van handjeklap, mondje dicht en glimlachen maar.

Ik ben net op de foto gegaan met mijn Indiase vriend die een wielervereniging in Ahmedabad in de provincie Gujarat heeft opgericht. Op de kiek dus. In het wielershirt van de Cyclone Cycling Club. Je kan niet zeggen dat ik er breeduit lachend op sta, op die foto. Het is stervenskoud. Godverdomme 19 juni maar het voelt aan als 19 november. Het is ook nooit goed. Twee weken geleden moest ik na vier keer de Alpe d’Huez te hebben beklommen uitgeput mijn uitdaging staken vanwege de extreme hitte.

“Ik heb wel licht nodig pap. Licht op Jezus. En het wordt helemaal geen lekker weer de 19e!”

“Dan neem je toch een andere dag?”

“Dat gáát niet! Het moet vandaag! Dat heb ik je nog gezegd. Maar je luistert nooit.”

Maar het zijn niet de Indiërs, noch Limburg, noch de kou van vandaag, noch de irritatie van Fabienne, het is het beeld van Jezus dat me verontrust.

Ik heb dan ook slecht geslapen.

Het plafond deed vannacht weer eens dienst als filmdoek. Natuurlijk was ik zelf de regisseur. Alweer. En het wrange is, mijn films lopen zelden of nooit goed af. Anders had ik wel geslapen.

In mijn film zag ik de Jezus van Fabienne terugkomen op websites als Geen Stijl of Dumpert. Ik zag hangjongeren met half afgezakte spijkerbroeken pissen over Fabienne’s Jezus. Eentje stond er wat sloom lachend bij te blowen. Zijn basebalpet stond idioot hoog op zijn kop.

Op het moment dat ik dacht dat deze nachtmerrie over was (het was natuurlijk geen nachtmerrie, ik was immers klaarwakker) zag ik een jongeman op Fabienne’s altaar knielen. Maar niet om Hem te eren maar om te masturberen over Anita’s nep theelichtjes van de Action.

Ik durf amper terug naar huis te rijden. Want ik weet wat er gaat volgen. Ik ken Rotterdamse jongeren. Ik ken hun gebrek aan respect. En ik ken Fabienne. Ik kan haar gezicht uittekenen als ze eenmaal geconfronteerd wordt met de tweeledige heiligschennis: haar kunstwerk geruïneerd en Jezus ontzield.

Ik kan een hoop hebben maar mijn twee teleurgestelde dochters niet. Mijn beide Achilleshielen.

De terugtocht vanuit het mooie Limburg, dwars door Brabant, eindigend in die genadeloze A16 die, zodra je de Brienenoord over bent en je de skyline van Rotterdam achter je hebt gelaten, ontdaan is van iedere vorm van romantiek, voelde als een baksteen in mijn maag.

Op mijn iPod heb ik bewust Were You There When They Crucified My Lord van Johnny Cash gekozen om mezelf zo hard mogelijk te treffen. Dan kan de rest daarna alleen maar meevallen.

 

https://youtu.be/PeJkbSi0vMA

 

***

 

Fabienne!

Want de WhatsApp gaat af. Trillend, omdat ik het geluid heb afgezet. Zo moet een ter dood veroordeelde zich voelen als de cipier het signaal geeft dat hij de cel mag verlaten. Ik houd mijn hart vast. Kon ik dat van Fabienne maar vasthouden.

Het is de groepsapp van MAFJE. Fabienne heeft drie foto’s geappt.

(Zal ook wel weer niet mogen, van die betweterige gristenen. Een beeld van Hem maken mag al niet, laat staan een afbeelding. Ze lijden niet aan Tunnelvisie maar aan Tunnelvrees.)

Composiet is gebruikt als witte vulling voor mijn kiezen. En voor het eerst van mijn leven word ik de zwaartekracht van de composiet gewaar. Verdomd. Mijn kiezen voelen loodzwaar. Correctie, de vulling van mijn kiezen voelt loodzwaar. Godverdomme. Ze lijken massaal en tegelijk naar beneden te willen zakken. Mijn tong trekt zich laf terug in mijn huig. Een felle aanval van glorieuze misselijkheid volgt. Glorieus omdat het me alert houdt. Mijn mond voelt zo droog als Zijn mond moet hebben gevoeld na Zijn veertig dagen in de woestijn.

Het resultaat is prachtig, het is fenomenaal.

Het decor waarop het kruis van Jezus is gelegd, zijn de grove zwarte leistenen die vanaf het voetpad de horizontale helling naar de snelweg bekleden. De kaarsrechte spelonk tussen de beide weghelften van de A16 schept een haarscherpe lichtbundel op Jezus’ haast gebroken lichaam. Alsof God hoogstpersoonlijk het licht uit Zijn zaklantaren op Zijn Zoon heeft gericht.

Het is zo ontwrichtend echt dat het zeer doet.

“Jezus…”

Da’s alles wat ik uit kan brengen.

 

***

 

In de fotoserie die we later die avond te zien krijgen knielt haar moeder op het laagste tafeltje van de Piekfijn. Knielen is de nederigheids oorkussen. Het bevestigt de nietigheid van je menselijk bestaan en met je handen in bidstand gevouwen is de weerloosheid volmaakt.

Ze poseert voor haar dochter. De foto ontroert mij in schokkende mate want het tafereel ziet er totaal niet geposeerd uit. Integendeel. Het ziet er op de keper beschouwd authentieker uit dan de knielende geloofsgenoten uit onze eigen Heilige St. Caecilia parochie te Rotterdam-Alexanderpolder, vlak tegenover de lokale Albert Heijn.

Ik kan mijn geloof niet praktiseren in ruimtes waarvoor ze bedoeld schijnen te zijn. Er is altijd wel iets of iemand dat me irriteert. Een hoestende bejaarde. Een vals zingend koor. Een jengelend kind. Een preek van de pastoor die de kern omzeilt. Of dat tamelijk schijnheilige deel van de mis waarin de gelovigen elkaar handenschuddend de vrede plegen toe te wensen. Wacht maar tot we buiten zijn. Dan mag het beest in ons weer los.

Mijn favoriete passage in de Bijbel is de woedende Jezus die de geldwisselaars en de handelaren de Tempel uit sodemietert. Liever heelde Hij de zieken, de zwakken, de verslaafden, de moordenaars en de blinden op straat. Niet vanaf de kansel.

Hij reed niet op een paard maar op een ezel. Hij was geen koning om te heersen maar om te dienen. Hij verkoos de woestijn, niet het paleis. Hij was een koning zonder kroon. Jezus was een Spookrijder. Een punker. Een Rock & Roll held.

Treffender, puurder, soberder, eenzamer, vertrouwder had Fabienne Hem niet kunnen uitbeelden. Dit is geloven in zijn meest rauwe en pure vorm. Geloven onder de A16.

Het kunstwerk hield welgeteld negentien uur stand. Daarna lag het aan diggelen op het voetpad van de Prinsenlaan. De nep theelichtjes van de Action waren gestolen. Ze waren heilig voor negentien uur en staan nu te branden ergens in een flatje twee hoog achter van een alleenstaande moeder die de €0,92 per nepkaarsje blijkbaar te duur vond en zich nu een winnares waant. De nep theelichtjes lagen er immers voor het grijpen. Als een cadeau van God zelf.

In die negentien uur gaf de dappere Fabienne het geloof terug aan de straat; aan de bewoners van een saaie woonwijk in Rotterdam-Oost. Precies zoals Hij het moet hebben bedoeld omdat Hij inzag dat er onmenselijk veel moed voor nodig is om juist niet te preken voor eigen parochie.

Een jonge vrouw van negentien opende daarmee de ogen van haar vijfenveertig jaar oude vader die tot vrijdag 19 juni nog leed aan de ergste ziekte van deze tijd: Tunnelvisie.

 

[Klik op de foto’s voor een vergroting]


 

 

-