Voor Estelle

 

Bachelor of Science in International Bachelor’s Programme in Communication and Media. Zo mag Estelle Liliane Diana Hendriks, geboren 4 maart 1999 met het gitzwarte piekhaar van Ron Wood, zich sinds donderdag 1 oktober 2020 officieel noemen.

Donderdag 1 oktober was een troosteloze dag met troosteloos weer in een troosteloos jaar. De setting van de diploma uitreiking, het podium van Theater LantarenVenster, was minder troosteloos dan de plek waar haar ouders de diploma uitreiking via een livestream konden volgen, zijnde de werkkamer die zij sinds april dit jaar betrokken.

Het is de voormalige kinderkamer van Estelle.

Op de plek waar nu de printer staat, stond zo’n twintig jaar geleden haar ledikantje waaruit zij avond aan avond probeerde te klimmen. Ze hield de spijlen van het ledikantje vast zoals gedetineerden doen in Amerikaanse B-films en probeerde stampvoetend door de lattenbodem heen te trappen. Als je haar kamer verliet zette ze het op een brullen dat zijn weerga niet kende – ze gaf haast letterlijk gehoor aan Knock Yer Teeth Out van haar haargenoot Ronnie Wood, zo kwaad was zij om het onrecht dat haar werd aangedaan. Slapen was voor dromerige sukkels en ten koste van mijn tanden en de spijlen van de ledikant zou zij zich een weg naar de vrijheid knokken.

Ik geloofde haar.

 

 

De babywoede van toen was overigens kort van duur. Vandaag de dag steekt ergernis nog altijd de kop op, maar het betreft voornamelijk kleinere ergernissen die over het algemeen kort van duur en dun van inhoud zijn. Luidruchtige medereizigers in de metro, langzaam optrekkend autoverkeer, haar moeder die zich te nadrukkelijk aan de maximum snelheden houdt, te mondige klanten in de lunchroom in de stad waar zij als bediende werkt, politieke correctheid, niet-uitgeknepen washandjes, sponzen en keukendoekjes, te partijdige sportjournalistiek (waaronder Frenkie de Jong stelselmatig Frenkie noemen). Blijer kan ze me niet maken als haar ogen vuur spuwen, haar wangen rood kleuren en als haar donkere wenkbrauwen als twee vette accolades in een hoek van 40 graden op haar ogen komen te staan. Een beetje zoals Walt Disney een boze Donald Duck tekent.

Ik zat gehurkt tegen de muur waar nu een rij boekenkasten staat en wachtte op het moment dat Estelle zich zou overgeven aan de slaap. Het probleem van toen, het niet willen opgeven, is nu haar grootste kracht.

‘Daar is ze!’, riep Anita. De werkkamer vulde zich met stilte, alsof Estelle, de tijdbom van toen, opnieuw probeerde door de lattenbodem te beuken. Fabienne stuurde een foto van zichzelf. Estelle’s enige overgebleven grootouder keek online mee en stuurde een meeleefberichtje over de app dat zij -zoals altijd- afsloot met drie kruisjes. Anita deed een huilend ingelijst zigeunertje na.

 

 

 

Onder troosteloze omstandigheden had Estelle dit voorjaar haar scriptie moeten voltooien. Ga er maar aan staan, afstuderen in coronatijd. Online lessen. Geen contact met studiegenoten. En of dat nog niet erg genoeg was dreigde het levenswerk van haar vader te kapseizen. Hij was gedwongen het kantoorpand te verlaten om thuis verder te gaan. De interne verhuizing van een kantoor van vier ruimtes naar de voormalige slaapkamer van Estelle had al met al anderhalve maand geduurd. Honderden keren ging de voordeur open en dicht, soms klappend onder de druk van de tocht. Tientallen keren moest zij de helpende hand bieden om mee te sjouwen. Ze deed boodschappen en kookte voor ons als haar moeder in de file stond bij het milieupark om de zoveelste lading afval te lozen. Er werd geboord, geverfd, geschroefd en getimmerd.

Estelle klaagde niet één keer.

Ze studeerde met een focus en een toewijding die mij deed denken aan Winnetou, mijn knuffelindiaan. Het was ongekend met welke concentratie hij zijn pijl aanlegde, hoe hij de boogpees met zijn wijsvinger langzaam naar zijn dichtgeknepen oog trok en hoe zijn dodelijke pijl uiteindelijk doel trof. De dagen en nachten werden langer en langer. Normering van tijd vervaagde. En Estelle werd bleker en bleker. Haar ouders waren niet in staat haar duizend vragen te beantwoorden wegens het gebrek aan academische kennis. Ze stond er alleen voor. Als compensatie masseerden we haar voeten, deden we rare dansjes om haar te vermaken en keken we -als haar tijd het toeliet- de Franse Netflex serie Dix Pour Cent die haar deed dagdromen van een carrière in de communicatiewereld van Parijs.

De kantoorverhuizing ging gepaard met een dreiging van neerslachtigheid van haar vader, veroorzaakt door een chronisch slaapgebrek. Na zijn zelfrespect dreigde nu ook zijn zelfspot kopje onder te gaan. Dat eerste was niet zo’n probleem, het tweede weldegelijk. Hij dreigde het leven serieus te gaan nemen.

Het was Estelle die op haar vader in praatte met het geduld van een monnik, de woordkeus van een talkshow-host en de tact van een VN diplomaat. Ik dacht aan Carrying a Torch van Van Morrison en ik bedacht me dat de rollen waren omgedraaid. Uiteindelijk beeldt familieliefde zich het best uit in het overdragen van een fakkel. Anderhalf jaar geleden zong ik het nog in stilte aan de rand van het bed van mijn stervende vader. Ik beloofde mijn pa wat Estelle mij nu beloofde en het was dezelfde Estelle die haar vader adviseerde (en uiteindelijk zelfs overhaalde) om het manuscript van zijn debuutroman op te sturen naar een uitgeverij. Ook dat ging niet zonder slag of stoot. De koppigheid van haar vader doet die van een ezel verbleken.

Worry no more, troostte Estelle haar vader ontelbare keren, ondanks haar eigen kopzorgen over de afronding van haar studie. Met ziel en zaligheid werkte ze aan haar scriptie Using Your Smartphone In The Presence Of Your Significant Other: Partner Phubbing and Jealousy in Romantic Relationships. Als ze de wanhoop nabij was liet ze zich in de huiskamer op de grond storten voor een Estelle-momentje dat neerkwam op een kwartiertje vrij worstelen op de vloer, inclusief de kieteldood zoals ik die vroeger in mijn beste dagen gaf. Zelf zou ik ooit aan de kieteldood willen bezwijken.

En nu staat ze op het podium van LantarenVenster.

Ze had ons net een foto vanuit de lobby van het theater geappt. Ze was gekleed in kobaltblauw gewaad van de Erasmus Universiteit en ze droeg de vierkanten academische hoed. Drie jaar lang had zij, niet ongevoelig voor de college life scenes uit Hollywoodfilms, uitgekeken naar dít moment dat zij nu deelde met enkele studiegenoten in een troosteloos leeg theater in de wetenschap dat haar gezinsgenoten en oma online meekeken. Acht blije ogen keken vol verwachting de wereld in en maakten gehakt van de argwaan, het stokpaardje dat wij ouders te vaak te snel uit gemakzucht berijden.

 

 

Toen Estelle op maandagavond 29 juni 2020 om tien over zes ‘s avonds het verlossende mailtje over haar slagen ontving (“Dear Estelle, we are delighted to inform you that you received a pass for your thesis. Your final grade for the thesis is: 8,5. Congratulations!” (…), gilde ze het uit en hielden we elkaar minutenlang in haar voormalige kinderkamer, onze huidige werkkamer, vast. Om de tranen te bevechten vloekte ik alsof mijn leven ervan afhing, hetgeen ook zo was. Een Man Mag Niet Huilen¸ zong de onvermoeibare Jacques Herb in mijn hoofd. Het dreigt mijn lijflied te worden.

In die omhelzing passeerde het hele graftyfusteringpleuris jaar 2020 de revue. Als de onzekerheid van bestaan als een rat aan een vuilniszak op een verlaten nachtelijk marktplein aan een volwassen man knaagt, is er maar één remedie: de zekerheid van de liefde van je familie en die zekerheid hield ik in mijn armen vast. Haar ouders hadden voorkennis toen haar de voornaam Estelle gegeven werd – ieder moment van de dag doet ze haar naam eer aan door te stralen met haar royale glimlach en haar volle ogen zwanger van liefde. Hetzelfde licht straalde nu vanaf het podium van Theater LantarenVenster via het computerbeeldscherm rechtstreeks en ongefilterd haar voormalige kinderkamer in.

En zo werd Estelle Liliane Diana, onze Bachelor of Science in International Bachelor’s Programme in Communication and Media, op donderdag 1 oktober 2020 weer Ronnie Wood, de rebelse peuter die weigerde te slapen omdat ze toen al droomde van een carrière in Parijs. Rêves avant la lettre. Haar avontuur begon in deze kamer waar haar ouders elkaar feliciteerden met een zoen die verre van coronaproof was.

Omdat de troosteloosheid was overwonnen. In haar voormalige kinderkamer. Door haar bovenkamer.

 

***

 

FOTOGALERIJ

 

 

 

De aftermovie:

 

 

 

 

-