Decor: Studio Omroep Vlaardingen, Hoogstraat 82, Vlaardingen

Setting: Geef drie mannen van vijftig+ een microfoon en koptelefoon

Opdracht:  Uitzending in dienst van de muziek (en vermijd voetbal)

Datum: Woensdagavond 9 september 2020

 

‘Gede gai mar met oewen vinger an wannêr het nummer kan beginne’, zei John, de geluidstechnicus uit Oosterhout die zich had voorgesteld als Mark. Althans, dat dacht ik te hebben verstaan.

Ik worstelde nog altijd met zijn voornaam toen de uitzending al begonnen bleek. “Kondig jij Bob maar af”, zei gastheer Leo Kattestaart terwijl hij zijn koptelefoon van zijn oorschelpen lichtte. Love Minus Zero was de liefdesverklaring van Bob aan Anita. Sinds zij op 17 augustus 1991 mijn leven verrijkte maak ik dankbaar gebruik van de openingszin my love she speaks like silence. Beter goed gejat dan slecht bedacht.

We waren lekker op weg.

Via Carole King, Steve Earle en Big Bill Broonzy (die Leo steevast Big Bill Broozny noemde, ik kon leven met die verbastering die klonk als een wasmiddel tegen hardnekkige vetvlekken) kwamen we uit bij Townes van Zandt, de naamgever van Leo’s radioprogramma For The Sake Of The Song, een alleszeggende poëtische titel, waarbij de geniale dubbele rijm (Oh, why does she sing | Her sad songs for me, I’m not the one | To tenderly bring her soft sympathy, I’ve just begun, met de rijm in “one” and “begun” en -als binnenrijm de kers op de taart- in “me” en “sympathy”) van dit pareltje niet eens ter sprake kwam.

For The Sake Of The Song betekent vrij vertaald in dienst van het lied waarmee wijlen Townes ons met een uitdagende levenstaak opzadelde.

In dienst van het lied was ook het plotselinge bezoek van mijn Vlaardingse facebookvriend Renato die gezegend is met een volwassen Garth Hudson baard, enkele sprekende tattoos en een uitstekende voetbal- (Feyenoord) en muziek (Bruce) smaak. Alsof je elkaar al jaren kent. Het gebeurt allemaal vanzelf, zolang je je geest maar in dienst van het lied stelt.

Renato’s bezoek bleek een bliksembezoek. Iets met dochter, rijbewijs, auto, shoarma en weg was ie. Op Facebook postte hij niet veel later iets over zijn bliksembezoek dat hij omschreef als ont-moeten. Jaloersmakend zo’n vondst.

Alleen de glazen corona-proof wanden scheidden de drie mannen van vijftig plus. De verbroedering was er niet minder om. Ik liet Leo kennis maken met Renaud die ik omschreef als de Franse liefdesbaby van Bob Dylan, Bruce Springsteen, Hugues Aufray en Georges Brassens terwijl Leo mij ene Arlo McKinley leerde kennen. De baard van McKinley deed mij denken aan de baard van Renato die mij even jaloersmakend overkwam als zijn linguïstische vindingrijkheid. Ont-moeten is een even grote levenstaak als je leven in dienst stellen van het lied.

Ondertussen was Eric Clapton’s Have You Ever Loved A Woman al een gepasseerd station. EC stelde zijn virtuositeit in dienst van het lied door zijn gitaar als werkwoord (Have you ever….-solo-… so much you tremble in pain) te gebruiken. Ook een vorm van poëzie.

In de ether praatten we honderduit over de songs die aan bod kwamen, maar gek genoeg babbelden Leo, John of Mark er tíjdens de liedjes nog méér over. “Was jij ook toen en toen daar en daar bij hoe heettie ook al weer?”

We waren het eens over de grootheid van John Prine, het gemis van Tammy Wynette, de diepte van Krang en we voelden tot op het bot het heilige vuur van Gaslight Anthem. John of Mark ook. Met gesloten ogen drumde hij denkbeeldig met de muziek mee, denkend aan zijn jeugd waarin John of Mark als Brabants jochie al van de vlammende rock van Led Zeppelin, Alice Cooper en Deep Purple hield terwijl zijn klasgenootjes weg zwijmelden bij de geföhnde muziek van de Bee Gees die hun coiffures hadden opgeofferd in dienst van het lied.

Voordat we het wisten waren we via Alex Roeka, Malcolm Holcombe, Bruce Springsteen en de Waterboys alweer bij het eind van het programma gekomen. Voormalig Feyenoordspeaker Jacques Nachtegaal nam het stokje over, maar niet voordat de nodige Feyenoord-Ajax plagerijen over en weer waren gebezigd waarbij Ajacied Leo ruiterlijk toegaf óók voor Feyenoord te zijn – een bekentenis die andersom niet over mijn lippen zou rollen. De muzikale bloedbroederschap ten spijt, maar voor een dergelijke geste mijnerzijds zit de liefde voor de blues -en daarmee voor Feyenoord- te diep.

Jacques, zelf verdienstelijk tekstschrijver en een enorme muziekliefhebber (“van alles behalve speedmetal”), vertelde me in zijn radioprogramma voornamelijk Nederlandstalige muziek te draaien. Wij deelden gedrieën de liefde voor de muziek van Alex Roeka, maar ik paste beleefd voor Maarten van Roozendaal. Ik overwoog uit te leggen dat niet Maartens teksten maar diens articulerende lippen in dienst van het lied stonden, maar ik liet dit achterwege. Red mij niet, was mijn enige gedachte.

Tijdens het allerlaatste, en ook meteen allerbeste van de avond, lied It’s Alright Ma (I’m Only Bleeding) van Bob Dylan, die ik God noemde, deelde Jacques nog een prachtige anekdote over Bruce Springsteen die ik met gevoel voor pathos de Zoon van God had genoemd:

‘Die Springsteen, die Zoon van God van jou, enorm aardige vent trouwens, is zó’n controlfreak… niet normaal meer. In de jaren tachtig trad hij op in de Kuip en legde-ie me uit waar het laatste lied van de setlist over ging – tijdens dát en dát moment moest ik met één knopje de stadionverlichting aan de bovenrand van de Kuip aanzetten. Eén knopje, meer niet. Hij had het mij drie keer uitgelegd, ik had hem drie keer uitgelegd dat ik echt wel wist welk knopje hij bedoelde hahaha… zoiets vergeet je nooit meer.’

Een wereldster die waarde hecht aan het belang van één lichtknopje… ook dat voldoet aan de eis die Leo, Townes en aan ons hebben gesteld: alles, maar dan ook werkelijk álles in het leven zou in dienst van het lied moeten staan.

 

Met grote dank aan Leo Kattestaart, geluidstechnicus John of Mark, Renato Verweij en Jacques Nachtegaal voor de gedenkwaardige avond!

 

De setlist:

 

 

 

-