Van zondag 12 september tot en met woensdag 15 september 2021 organiseerde Koers is Koers voor de zevende keer in successie een fietsreis naar een beroemde Col uit een grote ronde. Dit jaar verbleven we in Lourdes. Overdag werd er gefietst, ‘s avonds mocht Wielercafé Panache wederom zorgdragen voor het avondprogramma waarin de liefde voor de fiets, zoals altijd, centraal stond.

Alle filmpjes, ervaringen, ontboezemingen, roddels, anekdotes en verhalen zijn verzameld onder de naam De Tourmalet Tales op het blog Spookrijden.nu.

 

Lees/bekijk hier deel 1 van de Tourmalet Tales – De Zegening van de Fiets
Lees hier deel 2 van de Tourmalet Tales – Reisbureau Tours-Nord
Lees/bekijk hier deel 3 van de Tourmalet Tales – Mannen met Baarden
Lees hier deel 4 van de Tourmalet Tales – Allez Steven Allez!
Lees/bekijk hier deel 5 van de Tourmalet Tales – Pietje Bell
Lees hier deel 6 van de Tourmalet Tales – Knarsgrind
Lees/bekijk hier deel 7 van de Tourmalet Tales – De Zegening van de Bidon

 

***

 

Opgedragen aan al onze dierbaren.

 

“And though you’re gone
And my heart’s been emptied it seems
I’ll see you in my dreams”

– Bruce Springsteen

 

Aan de vooravond van de beklimming van deze fietsreis maakten Arjan en ik als appetizer deze Ode aan de Tourmalet, getiteld Verjaardagsfeestje:

 

***

 

Dinsdag 14 september 2021

 

Als op dinsdagochtend om half zeven mijn wekker afgaat ben ik al een tijdje wakker. In hotelkamer 321 bereid ik al een tijdje mijn teksten voor de afsluitende voorstelling van Wielercafé Panache vanavond voor.

Ik schrijf terwijl ik het gewijde hotelkamerwater van Lourdes drink. Glas na glas.

Deze dinsdag 14 september 2021 stond al een tijdje rood omcirkeld in mijn agenda. De dag van de Tourmalet.

Ik werkelijkheid wekte de biologische wekker mij al rond vijven.

Op mijn iPhone wachtte drie liedjes geduldig op airplay. Eigenlijk betrof het één en hetzelfde liedje, te weten I’ll See You In My Dreams van Bruce Springsteen, maar in drie verschillende uitvoeringen. Voor de freaks onder ons: de uitvoering van Broadway van 14 juli dit jaar en de iets snellere akoestische uitvoering van 18 november 2020. De derde uitvoering downloadde ik drie dagen geleden toen Bruce het speelde ter gelegenheid van de 9-11 memorial in hartje New York City. Die zaterdagavond van 9-11 wandelde ik met Arjan langs de kathedraal van Lourdes en aansluitend bezochten we de Grot van Massabielle waar op 11 februari 1858 de Heilige Maagd Maria aan de heilige Bernadette Soubirous verscheen. Ter voorbereiding op deze bijzondere fietsreis had ik een boek over het leven van Bernadette, geschreven door Anne Bernet, aangeschaft. De subtitel “het levensverhaal van een ongewapende strijdster” deed mij denken aan het verhaal van Fabio Jakobsen.

Het gesprek met Arjan op 9-11 deed ertoe.

In een winkeltje zagen we een verzameling rugkrabbers liggen, voor die momenten dat Lourdes gaat jeuken. Onzinnig product. Lourdes móet juist jeuken. Steeds weer. Net als twee dagen geleden. We hadden de Col d’Aspin beklommen en in het drukke centrum van Lourdes fietsten we achter een toeristentreintje richting de kathedraal. Realistischer zou de surrealiteit niet meer worden. Met geen enkele rugkrabber kan die jeuk worden weggekrabd.

 

 


 

 

Vanaf vijf uur ’s ochtends draaide ik de drie uitvoeringen van I’ll See You In My Dreams om en om. Als een mantra. Tientallen keren achtereen. Onder douche luisterde ik ernaar, mijn Bose speakertje vergezelde me zelfs op het toilet.

Ter verduidelijking: dergelijke mentale steun is voor mij onontbeerlijk om tot een fysieke prestatie te komen. Precies één week na het overlijden van mijn vader beklom ik in 2019 aan de zijde van Lars zes keer de Alpe d’Huez. In de zeven dagen voorafgaand aan die fietsdag draaide ik de zeven geselecteerde liedjes voor zijn uitvaart aan één stuk door.

Al had ik kruipend de Alpe op gemoeten, ik had het gedaan. De wil komt van binnen maar wordt van buiten bestuurd. Een lied, een compliment van een oud-prof, een gedicht, een grap.

De muziek en de fantasie (de romantische variant) spelen een cruciale rol tijdens mijn voorbereiding. Voorbeeld: tijdens mijn barbaarse trainingen ter voorbereiding van deze beproeving, ik had ergens gelezen dat de Tourmalet de regelrechte hel was, beeldde ik mij in dat ik Florian Sénéchal was en dat Fabio Jakobsen mij in mijn rug toeschreeuwde (“harder! harder!”).

Volgens mij ging ik ook daadwerkelijk harder, in ieder geval trainde ik dieper.

Op dinsdag 14 september 2021 is het om vijf uur ’s ochtends Bruce Springsteen die mij op sleeptouw neemt. Niet voor het eerst overigens. Vandaag is Bruce Florian Sénéchal en ben ik Fabio Jakobsen. Vandaag moet ik het afmaken, op de Tourmalet waar het gezegende Heilige Water en mijn gezegende fiets hun werk moeten doen. In 2018 kocht ik deze fiets (een Guillem) op louter romantische gronden als eerbetoon aan mijn vader Wim. Gisteren werd Guillem nog gereinigd en onderhanden genomen door Lars (“kan écht niet dit”) en Arthuro (“hij had wel wat olie nodig ja”).

In kamer 321 neem ik nog maar eens een slok. Ik moet nu op zijn minst acht hotelsteutelkaarten hebben. Wat ik doe, de kamer wil zich niet openen, het groene lampje weigert aan de springen. Bij de receptie schieten ze nu al in de lach als Mister Bean zich weer eens meldt. Gisteren noemde ik mijzelf Monsieur Haricots Verts, dit tot grote hilariteit van de receptioniste die mijn onhandigheid naar waarde inschatte.

Dat wordt flink pissen dadelijk onderweg. Mijn hagelwitte urine is nu al ontdaan van alle afvalstoffen. Veelzeggend. Fietsen betekent ballast kwijtraken. Niet alleen tussen de oren.

Gisteravond presenteerde Leontien in Wielercafé Panache onder luid gejuich het shirt van deze fietsreis. Het shirt symboliseert mijn DNA: in de witte balk links staat ROTTERDAM, mijn vader, in de witte balk rechts FRANCE, mijn moeder. In het kraagje staat KOERS IS KOERS, de drie woorden die ons bestaan in zijn volledigheid beslaan. Al om vijf uur vanochtend had ik mijn shirt aan. Als een kind dat niet wachten kon op zijn verjaardagsfeestje later die dag.

 

The road is long and seeming without end
The days go on, I remember you my friend

 

Tijdens het ontbijt praat en dol ik met andere deelnemers, maar het is maar spel. Mijn hoofd zit al lang en breed in mijn benen. En Bruce zingt. Onophoudelijk. I’ll see you in my dreams. Ik zoek het momentum bewust op. Vandaag moet alles kloppen. Vandaag is maakbaar.

De eerste helling op weg naar de Tourmalet is al een aardige testcase voor de beentjes. Er wordt een paar kilometer serieus geklommen. Acht procent. Het kraakt rondom ons. Gemompel. Geklaag. De grappen worden minder in aantal en niveau. Oud-alcohol wordt opgehoest. Iemand laat een scheet. De geur vanuit het inferno. Geronnen plezier van de night before. Sommige vrienden vallen terug. Iedereen heeft zijn verhaal. Iedereen is een verhaal.

Op de top van de Tourmalet komen alle verhalen bijeen en zijn wij één fietsende verhalenbundel.

 


 

We zijn met 75 onderweg. We zien er allemaal hetzelfde uit en zijn alleen nog herkenbaar aan de stijl, de helm en de fiets. Na de presentatie van Leontien zegenden Arjan en ik gisteravond de shirts in. Eén voor één passeerden de vrienden het geïmproviseerde altaar. Het heilige water in onze bidons hadden we zo-even tijdens de voorstelling ingezegend middels een gedicht dat Arjan waardig declameerde, dermate waardig dat het mij ontroerde toen ik hem voor het eerst beluisterde. Ik was thuis in mijn werkkamer en beet op mijn lip. Bij het inzegenen van de shirts van mijn fietsvrienden schoot die gedachte door mij heen. De WC borstel had Anita gekocht bij de Blokker en de plastic bak leenden we van de Siciliaanse ober van het hotel. Hij vulde de bak zelf met water uit zijn tapkraan, die naast de tap van het Stelle Artoisbier.

Alles klopte. Werkelijk alles.

Zoals de start vanochtend. Ik ging met Leontien en Steven op de foto. Toen ik mijn fietsbril opzette complimenteerde Maarten mij in het voorbijgaan: ‘in dit shirt lijk je op Alaphilippe’. Ik kon hem wel zoenen. Hoe vaak gebeurt het dat je fietsheld je vergelijkt met je fietsheld. Al is Juju 25 kilo lichter en al heeft hij in zijn kleine teen meer fietstalent dan ik in heel mijn lijf, toch hebben we één ging gemeen: panache!

Panache heeft goddank niets met talent te maken.

Bovenop de eerste gemene helling moet ik een eerste stop maken om het overtollige Heilige Water toe te vertrouwen aan de vruchtbare Pyreneese grond. Bert Buitenhek vergezelt me. Bert is een uitstekend daler en is op het vlakke vrijwel niet bij te houden.

‘Kom op Spookrijdertje, pak mijn wiel!’

In het kielzog van Bert winnen we wat minuten terug. In de wirwar van onze Tourmaletshirts ben ik op zoek naar mijn wielermaat Ed de Sloper. We hebben duizenden kilometers samen getraind en met hem wil ik nu de Tourmalet beklimmen. Op de een of andere manier zijn we dat aan Verdomme Kees, onze derde fietsmaat, verplicht. Verdomme Kees heeft deze reis helaas moeten overslaan.

‘Ik kan niet overnemen Bert’, hijg ik in Berts rug. Het gaat al kilometers lang vals plat omhoog en vooralsnog is Ed de Sloper in geen velden of wegen te bekennen.

‘Maakt niet uit, bergop rijd je me er toch vanaf’, antwoordt Bert. Zo zijn mijn fietsvrienden. Je zou ze allemaal ten huwelijk willen vragen. Stuk voor stuk. Bij het altaar van Wielercafé Panache. Arjan moet ons inzegenen. Met ons water, met onze WC borstel.

Daarná geven Arjan en ik elkaar het ja-woord.

Bij een stoplicht in het bergdorp Bagnères-de-Bigorre kom ik eindelijk Ed de Sloper tegen. Hij is wat nerveus. Volgens mij. Ed zegt nooit zoveel. Verdomme Kees ook niet. Daarom train ik zo graag met hen. Ik praat ook weinig. Het zadel blijkt steeds weer een verlammende werking op mijn tong te hebben.  Het wordt sowieso stiller en stiller in de groep. Al ontbreekt iedere vorm van wedstrijdelement, toch is er spanning. Hoe zijn de benen vandaag? Heb ik wel genoeg getraind? Had ik niet moeten trainen?

Waarom zijn we hier?

Iedere keer als we een berg beklimmen, denk ik aan de martelgang van Sisyphos, koning van Korinthe. Volgens de Griekse mythologie daagde hij de goden uit, waarvoor hij als straf in de hel een rotsblok bergop omhoog moest duwen. Steeds als hij daarin geslaagd was rolde het rotsblok weer naar beneden waarna Sisyphos opnieuw kon beginnen. Keer op keer. Volgens de Franse filosoof Albert Camus is Sisyphos zich echter volledig bewust van de nutteloosheid van zijn tocht naar boven en naar beneden. Dat besef maakt Sisyphos een gelukkig mens, omdat de strijd zélf genoeg voldoening biedt. Aldus Camus.

Ik durf er een stevige fles wijn om te verwedden dat Sisyphos een beduidend betere fietser was dan Albert Camus.

In Sainte-Marie-de-Campan, aan de voet van de Tourmalet, staan de jongens van DHL ons op te wachten met een laatste repie, een banaantje, maar vooral een bemoedigend woord. Lars is er ook. Een schouderklop en een bliksemsnelle lach. Ook Arthuro is aanwezig. In zijn droeve oogopslag weerspiegelen constant de ogen van zijn vader, omdat Koers inderdaad Koers is, omdat fietsers met talent de fiets hebben omarmd als vanzelfsprekend attribuut om verder te komen in het leven. Fietsers met talent praten niet veel. Fietsers zonder talent schrijven er graag over. Zoals Albert Camus, Bruce Springsteen en de Spookrijder.

Een week voor het overlijden mocht ik het levensverhaal van de heer Eef Farenhout in boekvorm persoonlijk aan hem overhandigen. Terwijl we aan de rand van zijn bed grappen maakten, zat mijn hoofd al in Sainte-Marie-de-Campan. Toen al. Op de Tourmalet worden de overledenen niet alleen herdacht, ze komen er ook tot leven, zolang je het lot van Sisyphos maar erkent en bereid bent het rotsblok omhoog te duwen.

 

 


 

 

 

I’ll see you in my dreams
When all the summers have come to an end

 

En zo zijn we vertrokken. Ed de Sloper en ik. Vlak buiten Sainte-Marie-de-Campan moet ik nog één keer pissen. Ed de Sloper weet niet beter. In het koude vaderland is het ook vaak prijs, maar in het warme moederland is het Heilige Water de enige oorzaak van mijn frequente pisbeurten. Ik vertrouw op de kracht van het Heilige Water en ieder geloof begint met vertrouwen.

De DHL bus scheert voorbij. John toetert. Hans schreeuwt iets van succes.

‘Is die keurige man met die bril écht Ed de Sloper?’, had Hans mij een paar dagen terug in het hotel gevraagd.

‘Jazeker’, had ik geantwoord. Hans kende Ed alleen van diens bijnaam op Strava.

Ed is een fietswolf in schaapskleren. De geuzennaam Ed de Sloper had Hans, en met hem vele anderen, doen denken een kalende man met een stoppelbaard, een ringetje in het oor en beide armen vol beplakt met tattoo’s. Maar Ed is het tegenbeeld van dat stereotype.

Ed hijgt.

‘Ga maar. Je hebt de betere benen vandaag’, zegt Ed. Ed is vandaag Florian Sénéchal en ik ben voor één keer Fabio Jakobsen. Niemand verwacht iets van mij en juist die gedachte maakt de weg vrij voor de enige verwachting die ertoe doet, namelijk diegene die vanuit jezelf komt.

Ed de Sloper heeft gelijk, vandaag heb ik de goede benen, dat voel ik, maar hij vergeet het hoofd. Vandaag heb ik namelijk vooral het goede hoofd. Vandaag klopt alles. Ik ga uit het zadel, zet aan en voel geen centje pijn. Meter na meter na meter na meter na meter na meter voel ik me sterker worden. De pijn vloeit weg. Zoals het water van een bergbeek wegstroomt.

 

I’ll see you in my dreams
Yeah, up around the river bend

 

Ik voel het verschil niet tussen 9, 10 of 11 procent. Ik voel het verschil niet tussen een seconde, een minuut of een uur. Ik voel het verschil niet tussen een meter en een kilometer. Ik voel het verschil niet tussen leven en dood. Op de Tourmalet is deze dinsdag alles terug te brengen tot één organisch geheel dat tijd en ruimte overschrijdt.

Ik voel me één met het asfalt van de Tourmalet waar de geesten van de overledenen mij omhoog stuwen. Beide bidons zijn gevuld met het heilige kraanwater van het hotel in Lourdes wiens straten vanochtend werden bevolkt door tientallen zwijgzame pelgrims, nonnen, priesters, zieken, zwakken en invaliden die zich in hun rolstoelen lieten voortduwen door de welwillende medemens. Dorpen uit Kroatië, Spanje, België, Polen en Italië lieten zich voorgaan door lokale vertegenwoordigers die vol trots hun parochievaandel omhooghielden, biddend om verlossing en verzoening. Op de Avenue Bernadette Soubirous passeerden wij winkeltjes en souvenirboetiekjes die hun deuren juist openden. Wij, 75 fietsers gemaakt van Hollands klei en bloed, vormden een kruisweg. Nooit eerder ging deze doorgaans luidruchtige groep zo eerbiedig op in de omgeving als deze sacrale ochtend in Lourdes (zachte d, stomme s).

De saamhorigheid uitte zich in een plechtige stilte die ontroerde.

 

 


 

 

In skidorp La Mongie is de stilte niet anders. Nog vier kilometer klimmen. Ik herken de markante gebouwen van menig touretappe op televisie. Jean Nelissen geeft commentaar bij mijn kruistocht. De gebouwen zijn mooi in alle lelijkheid. Net als het echte leven. Op de parkeerplaats links rijdt one of us. Ik meen John Loef te herkennen maar weet het niet zeker. Wat doet hij daar? Heeft hij pech (en zo ja wat kan ik doen… ik kan geen band verwisselen)… wacht ie op iemand?… moet ie pissen?… zoekt ie zingeving in La Mongie?

Verdomd het ís John, vermomd als Sisyphos.

Het is koud aan het worden. De wind trekt aan. Ik kom steeds dichterbij de zielen van de overledenen. Ik weet het zeker. Omdat ik geloof wat ik vertrouw. Het maakt me nog krachtiger. Hoofd en benen zijn vergelijkbaar met die van 6 juni 2019 toen ik zes keer de Alpe bedwong. Je overstijgt de pijn door de pijn te omhelzen als een goede vriend die een goed glas rode wijn verdient. En waarom dan geen Château Tournefeuille Lalande-de-Pomerol 2017 waarmee we in het hotel in Lourdes onze kelen de voorbije avonden meermaals hebben ingezegend?

Met nog anderhalve kilometer klimmen voor de boeg komen Steven en Maarten weer naar beneden gedaald. Ze fietsen niet, ze glijden. Volmaakt. Als ijsdansers.

‘Come on Marco!’, schreeuwt Maarten mij toe. Hij balt zijn linker vuist. De tranen zitten me hoog.

‘Hou vol Spookrijder!’, roept Steven in zijn kielzog. Ik zal de ziel van zijn papa omarmen op de top van de Tourmalet. Want zo staat het geschreven sinds wij eergisteren de Col d’Aspin beklommen.

De oud-profs menen het. Dat voel ik. Ze gaan omlaag om andere fietsers te ondersteunen, op zoek naar hun holle ogen. Hun kruisweg zal zo dadelijk begeleid worden door Steven en Maarten, meer dan fietshelden alleen. Zij hebben gevoel voor de hoofden van de fietsvrienden. De hoofden zitten vol verhalen, herinneringen, ontboezemingen, natte dromen, nachtmerries, geheimen, humor, tragiek en opgeborgen verdriet. Een berg als de Tourmalet legt alles bloot. Als de vleesgeworden exemplaren van Sisyphos weten Steven en Maarten dat. Ze kennen de klappen van de zweep. Wij plaatsen hen boven ons, zij plaatsen zich naast ons. Het respect is groot en wederzijds.

Niets is veilig, alles is heilig.

In de verte rijdt Norbert. Robèrt. Wat een strijder. Zijn onbuigzame stijl is uit duizenden herkenbaar. Zijn doorzettingsvermogen en zijn wil om te winnen -vooral van zichzelf- zijn van graniet. Met zijn scherpe blik doorklieft hij rotsblokken. Hij leeft van cijfers. Op de flanken van de Tourmalet is er niet één getal dat hem helpen zal. Hier neemt Alfa het stokje over van Bèta.

In een hoger gelegen bocht zie ik de gele bus van DHL staan. Er klinkt muziek en gejuich. We zijn er bijna. Ik passeer Norbert, Robèrt, die mijn wiel pakt. Steenkapot maar vrij van pijn passeren wij samen de bus van DHL. Knarsetandend ga ik uit het zadel. Nog één keer aanzetten, omdat in de pijn de bevrijding ligt. Vermenigvuldig deze pijn met de factor 36 en een moeder heeft een kind gebaard. De Tourmalet is de slachtbank voor ons mannen. Geboorte en sterfte komen er bijeen. Alles daartussen is een brei, een grijze massa, één grote polonaise vol passanten, een valkuil en een feest tegelijk. Niemand ontkomt, niemand komt om. Geen grotere bevrijding dan de bevrijding per fiets. In ons afzien ligt de glorie.

‘Nog honderd meter!’, roept Hans van DHL.

De honderd meter van Hans vormen in realiteit driehonderd meter, maar op de Tourmalet is ieder leugentje om bestwil geoorloofd. Ik moet niet vergeten ook Hans ten huwelijk te vragen. Nog één scherpe bocht naar links en de top is op 2.115 meter hoogte bereikt.
 

I’ll see you in my dreams
We’ll meet and live and love again
For death is not the end
And I’ll see you in my dreams

 

Het rotsblok is boven.

Zonder het te weten zingt Arthur de woorden van Springsteen. We vallen, op mijn verzoek, in elkaars armen. We zingen zwijgend omdat we samen, op 2.115 meter hoogte, onze vaders eren. En daarmee onze moeders. En daarmee alle vaders en alle moeders van al onze fietsvrienden, omdat zij ons het meest kostbare gaven dat een mens zich kan wensen: het leven en de fiets.

Laat ons dromen.

 

 

***

Lees/bekijk hier deel 9 van de Tourmalet Tales – Wedergeboorte
Lees/bekijk hier deel 10 van de Tourmalet Tales – Mensen (voor en achter de schermen)
Lees/bekijk hier deel 11 van de Tourmalet Tales – De Zegening van de Fietsvrienden

 

De aftermovie van Arjan Smilde:

 

DE FOTOGALERIJ:

 

De man van alle profielfoto’s van de Tourmalet Tales: Bret Baas! Dank je wel Bret!

Arthuro!

Met Ed de Sloper op de Tourmalet!

 

 

-